“Vestia was een ‘life changing event’”

“Vestia was een ‘life changing event’”

Auteur: Raymond Wondergem MSc RO
Beeld: NFP Photography - Adobe Stock
8 min

Hoe leef je verder als een dossier waar jij jaren eerder op tekende alsnog ontploft? Piet Klop, voormalig controlerend accountant van Vestia, weet hoe dat voelt. Hij kijkt terug op de derivatenpositie, de publieke aandacht en de vraag die onder alles ligt: wat vraagt verantwoordelijkheid eigenlijk van een accountant?

Hoe begon het?

“De telefoon ging op de verjaardag van mijn zoon met nieuws dat ik nooit meer vergeet. De goedkeurende controleverklaring bij woningcorporatie Vestia bij de jaarrekening 2010 – afgegeven door een opvolgend kantoor – werd door dat kantoor ingetrokken. Op dat moment wist ik genoeg. Toen besefte ik: nu worden alle ogen op mij gericht omdat ik verantwoordelijk was voor de accountantscontrole tot en met 2009. Wat volgde was een heel bijzondere periode in mijn carrière, een jarenlange beproeving. Een parlementaire enquête, juridische procedures, mediastormen – en telkens opnieuw dezelfde vraag: had ik mijn werk als controlerend accountant wel goed gedaan?” 

Voor lezers die het Vestia-dossier niet goed kennen: wat speelde er?

“Vestia was een woningcorporatie. En woningcorporaties hebben als doel woningen te houden en te bezitten om structureel te verhuren. Ze hebben nadrukkelijk niet als doel om in die woningen te handelen. Het is een kapitaalintensieve sector. Dat betekent dat corporaties moeten financieren. Corporaties trekken geld aan en hebben zelf een bescheiden eigen vermogen. Dat financieren doen corporaties met borging van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW). Dat is een fantastisch instituut, want met die borging kunnen corporaties goedkoop lenen.”

Kun je zeggen dat financieren tot de corebusiness van een corporatie behoort?

“Ja, financieren is een onderdeel van de corebusiness van een corporatie. Vestia werkte met variabel rentende leningen en het renterisico daarop werd afgedekt met swaps (derivaten). Een renteswap wisselt variabele tegen vaste rente. Dit gebeurde tussen Vestia en banken. De lening zelf blijft variabel rentedragend bestaan. Vestia betaalde met de swap vaste rente aan de bank als tegenpartij. Tegelijkertijd ontving Vestia via de swap variabele rente van de bank als tegenpartij. De variabele ontvangsten via de swap compenseren de leninglasten met variabele rente op de lening. Zo hield Vestia de facto economisch gezien de vaste rente van de swap over. En hiermee wordt de variabel rentende lening economisch gezien omgezet in een lening met een vaste rente. Zo worden rentekosten voor Vestia stabieler en beter voorspelbaar.”

“Een parlementaire enquête, juridische procedures, mediastormen – en telkens opnieuw dezelfde vraag: had ik mijn werk als controlerend accountant wel goed gedaan?”

Wanneer werd dat problematisch?

“Dat werd problematisch toen in de kredietcrisis de regels voor banken werden aangescherpt. Banken keken daardoor niet alleen meer integraal naar de lening met die swap erbij, maar ook apart naar die swap zelf. Als de werkelijke/marktrente dan daalt, krijgt zo’n contract een voor de bank positieve marktwaarde. Dat betekent dat de vaste rente op de swap hoger is dan de marktrente en dat is voordelig voor de bank. Daardoor loopt de bank wel een incassorisico en wil de bank zekerheid. Daarom worden de partijen die swaps hebben door de bank geconfronteerd met margin calls (een verzoek van de bank om extra zekerheid – meestal geld – te storten). Dat is een belangrijk punt. Die margin call is eigenlijk vooruitbetaalde rente waardoor de bank minder incassorisico loopt. Alleen: een corporatie met een swap moet daar wel geld voor beschikbaar hebben.”

Hoe zag die derivatenpositie eruit?

“In de jaarrekening 2009 was de derivatenpositie in evenwicht met de leningportefeuille. In de periode na mijn controle nam de derivatenpositie enorm toe. Dan verandert het renterisico enorm.”

Dus jouw punt is: in 2009 keek jij naar een andere situatie?

“Ja. Precies daarom wil ik dat onderscheid zo scherp houden. In 2012 kwam de problematiek bij Vestia naar buiten, dat is drie jaar (!) later dan de jaarrekening 2009 waar ik als accountant verantwoordelijkheid voor heb genomen.”

Je zegt heel stellig: ik sta nog steeds achter mijn controle

“Ja. Ik sta nog steeds 100% achter mijn controle. In 2009 was het in orde. Ik heb ook complimenten gekregen van de Accountantskamer dat ik de jaarrekening 2009 kritisch, deskundig en diepgaand had gecontroleerd. Daar was ik natuurlijk hartstikke blij mee. En daar ben ik ook trots op.”

Wanneer kwam het moment dat je wist: nu gaat dit ook over mij?

“Dat was dus op de verjaardag van mijn zoon. Er lag een goedkeurende controleverklaring van de opvolgend accountant over 2010, en die werd ingetrokken. Dan wordt er naar 2009 en dus naar mij gekeken. Dat snapte ik ook wel. Tot en met 2009 was ik namens Deloitte verantwoordelijk. Daarna nam, uit hoofde van de kantoorroulatie, een ander accountantskantoor het over. Vanaf het moment dat die verklaring over 2010 werd ingetrokken, wist ik: nu moet ik me hierover verantwoorden.”

Piet Klop, registeraccountant: ““Hoe meer druk erop staat, hoe meer je geneigd bent tempo te maken. Maar juist dan moet je tijd nemen. Goed nadenken. Pas een handtekening zetten als je er echt achter staat”

Wat deed dat met je?

“Dat is heel ingrijpend. Als accountant besef ik heel goed dat ik de vertrouwensman van het maatschappelijk verkeer ben. Verantwoording afleggen hoort erbij. Maar dat heb ik wel best vaak tegen mezelf moeten zeggen. Het is een heel kort zinnetje, ‘het hoort erbij’, terwijl het in werkelijkheid zwaar is. Ik hield mijzelf altijd voor: ‘Ik leg blijmoedig verantwoording af.’ Het geheel overziende is Vestia voor mij een ‘life changing event’ geweest.”

Waarom noem je dat zo?

“Omdat het een wending aan mijn carrière en ook aan mijn leven heeft gegeven. Ik was partner bij Deloitte, voorzitter van de woningcorporatiesector, ik zat boven op die apenrots bij Deloitte. Heel succesvol. En toen ik daar in één keer vanaf viel deed dat zeer. Om te beginnen kreeg ik intern uiteraard een review, dat is ook het eerste wat een kantoor moet doen. Daarna kwamen de Autoriteit Financiële Markten (AFM), de Accountantskamer, de landelijke media, de parlementaire enquête en de juridische procedures over geld. Alles kwam langs. Dat doet veel. Carrière, privé, reputatie: het zet overal druk op. Het heeft me echt veranderd. Anderen zeggen dat ik een milder mens ben geworden.”

Wat is je het meest bijgebleven?

“Dat mensen aan je gaan twijfelen. Zo voelde dat tenminste. En dat deed echt wat met mij. En dat ik geen controle had over wat er over mij werd gezegd of geschreven, was moeilijk. De uitspraak van de Accountantskamer bijvoorbeeld was dat ik kritisch, deskundig en diepgaand had gecontroleerd. Een landelijk dagblad schreef daarover: ‘Klop ontsprong de dans’. Daar ben ik nog steeds boos over. Tegelijkertijd heb ik ervaren dat journalisten hun werk als vertegenwoordiger van het maatschappelijk verkeer goed doen. Het raakt ook niet alleen mijzelf, maar ook mijn familie. Mijn dochter – haar echtgenoot is ook actief in het vak – hoorde op een personeelsfeest bij een accountantskantoor zeggen: ‘Kijk, dat is de dochter van’.

“Carrière, privé, reputatie: het zet overal druk op. Het heeft me echt veranderd. Anderen zeggen dat ik een milder mens ben geworden”

Hoe kwam je door die periode heen?

“Door mijzelf te dwingen te kijken hoe ik positief kan omgaan met wat mij overkomt. Ik kan zaken naast mij neerleggen en dan wordt het een rugzak, of ik verwerk het en pak het positief op. Dat heb ik ook bij Vestia gedaan. Soms is dat heel moeilijk. Het was met Vestia een hele opgave. Laat daar geen misverstand over bestaan.”

Wat heeft je daarbij geholpen?

“Steun. Ik heb van Deloitte echt veel steun gehad. Professioneel, vaktechnisch, juridisch. Er waren mensen die met mij meedachten, het hele controleteam stond achter mij. Ik heb een coach gekregen van Deloitte. Dat was heel fijn. Die coach was ook een accountant. Met hem kon ik praten en dingen ordenen. Privé heb ik veel steun gehad van mijn vrouw, mijn kinderen, mijn familie. Zij gingen mee naar rechtszaken. Daardoor kon ik er thuis over praten. Dat helpt om het te verwerken. Ik moest de situatie aangaan. Open zijn over mijn gevoelens was ook heel belangrijk. Dat was tegelijkertijd lastig omdat ik vaak diep in de inhoud zat. Aan het begin en aan het eind van een dergelijk proces van verantwoorden moet elke accountant ook naar zichzelf kijken: wat vind ik er zelf van? Heb ik mijn werk goed gedaan of niet? Mijn conclusie was steeds weer: ik heb mijn controle goed gedaan.”

Toch bleef er in hoger beroep een verwijt staan

“Ja. Uit het dossier bleek dat ik de specialist derivaten bewust had ingezet. En toch was de conclusie in hoger beroep: je had het nog beter moeten documenteren. Dat is dan zo, maar dat vind ik wel lastig. Ik weet hoe stevig ik die controle heb aangepakt, hoe dicht ik erbovenop zat, hoe goed ik snapte hoe het zat.”

Voelt dat onrechtvaardig?

“Zeker. De conclusie van de Accountantskamer was dat ik kritisch, deskundig en diepgaand had gecontroleerd. De AFM reviewde het dossier in detail en heeft geen klacht ingediend. Dat zijn conclusies van serieuze partijen!”

Wat is de belangrijkste les?

“Documenteren, documenteren, documenteren. Verder is een belangrijke les dat bij het afleggen van verantwoording dat telt wat is gedocumenteerd in het dossier. Dus wees zorgvuldig. Neem in het dossier alleen op wat bijdraagt aan het oordeel van jou als accountant. Denk daar steeds weer over na. Het dossier is ‘key’. Verder is belangrijk dat iedere accountant zich ervan bewust moet zijn dat elke mail die hij stuurt later in een rechtszaak kan opduiken. Dat gebeurt echt. Alles wordt uitgespit. Neem ook de tijd. Hoe meer druk erop staat, hoe meer je geneigd bent tempo te maken. Maar juist dan moet je tijd nemen. Goed nadenken. Pas een handtekening zetten als je er echt achter staat.”

Piet Klop, registeraccountant: “Een belangrijke les is dat bij het afleggen van verantwoording telt wat is gedocumenteerd in het dossier. Dus wees zorgvuldig”

Wat heeft je in die periode het meest geraakt, als mens en als accountant?

“Meerdere dingen. Het oordeel in hoger beroep kwam binnen. Maar dieper zit voor mij het besef dat dit beroep ertoe doet. Mijn vader zei altijd: ‘Je hebt een belangrijk beroep jongen.’ Mede daardoor ben ik mij er altijd van bewust dat ik niet zomaar een klusje doe, maar werk voor het maatschappelijk verkeer. En dat maatschappelijk verkeer heeft er recht op dat ik verantwoording afleg. Voor mij heeft Vestia uiteindelijk ook veel positiefs betekend, hoe gek dat misschien klinkt. Er is mij gevraagd: ‘Had je dit willen missen?’ Mijn antwoord was: ‘Nee’. Omdat ik iets heb meegemaakt waar anderen ook iets aan kunnen hebben. Veertien jaar later praten we er nog steeds over. Dat zegt ook veel.”

Hoe kijk je naar de verantwoordelijkheid van de accountant?

“Die is groot. Mijn handtekening als accountant moet iets betekenen. Dat klinkt idealistisch, maar dat is wel waarom ik accountant ben geworden. Elke accountant en auditor moet een moreel kompas hebben. Ofwel, professioneel handelen. Mensen vertrouwen op ons.”

Was er destijds voor jou een signaal van fraude?

“Nee. Zodra de controletechnische functiescheiding wordt doorbroken, mensen gaan samenspannen en activiteiten buiten de organisatie en administratie om gebeuren, zien de accountant en auditor dat niet. Hoe frustrerend dat ook is. Dat neemt niet weg dat frauderisico’s voor mij altijd onderdeel van de risicoanalyse waren en zijn.  Maar ‘kickbacks’ worden in een reguliere accountantscontrole niet ontdekt.”

“Weet wat je niet weet en wat anderen beter weten. Zet specialisten in. Zoek feedback. Samen kom je verder”

Welke lessen wil je auditors meegeven?

“Wees trots op wat je doet, maar besef ook de ernst en relevantie ervan. Elke auditor moet goed weten wat zijn rol is. Wie is jouw klant? Wat is jouw verantwoordelijkheid? Je kunt pas een goede risicoanalyse maken als je snapt wat er aan de hand is. Ga op bezoek bij de business, letterlijk. Begrijp wat er echt gebeurt. Auditors zitten veel achter hun beeldscherm hun dossier op te bouwen. Dat is belangrijk voor de verantwoording achteraf. Maar er moet ook tijd en aandacht zijn om de klant te begrijpen en waarnemingen ter plaatse te doen. Op basis van die risicoanalyse moet de auditor kijken welke deskundigheid hij nodig heeft. Weet wat je niet weet en wat anderen beter weten. Zet specialisten in. Zoek feedback. Samen kom je verder. Daarna moet de auditor zijn oordeel vormen. Neem daarvoor de tijd en plan die ook in. Breng rust in het proces.”

En als een auditor of accountant zelf iets overkomt en verantwoording moet afleggen?

“Zoek hulp en steun. Echt. Ga niet in je eentje zitten worstelen. Zoek mensen op. Een coach, collega’s, mensen thuis, lotgenoten. Praat. Dat helpt.”

Waarom vertel je dit zo open?

“Wat ik heb meegemaakt kan jongeren en anderen in het vak helpen. Als zij er iets van leren over professionaliteit, documenteren, risicoanalyse, steun zoeken, dan heeft het Vestia-dossier voor mij iets wezenlijks opgeleverd. Zelf had ik destijds graag iemand gehad die een beetje wist hoe dit voelt. Als ik dat nu voor iemand anders kan zijn, dan ben ik daarvoor beschikbaar. Ook daarom deel ik dit verhaal.”

Over
Piet Klop RA is registeraccountant en een ervaren auditor, gespecialiseerd in governance, risicomanagement en interne controle. Hij is interim CFO, adviseert organisaties, leidt audits en deelt expertise via publicaties en interviews, waaronder bijdragen aan Audit Magazine. Klop is door de NBA geïnterviewd in de videoserie Getekend, waar hij zijn verhaal vertelt.

Een artikel aanleveren? Lees onze auteursinstructies.
0 likes

Reacties (0)

Wilt u ook een reactie plaatsen?

Voor het plaatsen van een reactie vereisen wij dat u bent ingelogd. Heeft u nog geen account? Registreer u dan nu. Wilt u meer informatie over deze vereiste? Lees dan ons privacyreglement.