De toekomst is aan de vragende journalist

De toekomst is aan de vragende journalist

Auteur: Nicole Engel - Liane Lambert Mendez-Van Eerde
Beeld: Jaap Schuurman - Adobe Stock - Alexander Shatov - Saeed Karimi
9 min

De vraagstukken waar een journalist mee te maken krijgt kennen veel raakvlakken met die van de auditor. Gonnie Eggink, docent en al twintig jaar gepassioneerd bezig met het vak journalistiek, over wat een journalist goed maakt en de rol van de opleiding hierin.

Gonnie Eggink zien we, zoals het tegenwoordig gaat, via het scherm. Een scherm is niet ideaal om een totaalbeeld te krijgen van de persoon tegenover je. Maar scherm of niet, het enthousiasme over het goed opleiden van jonge mensen voor het vak van journalist, komt binnen. Een geanimeerd gesprek volgt over goede journalistiek, het belang van ethiek en het stellen van goede vragen.

Wat beoogt de opleiding journalistiek aan Windesheim?

“De opleiding journalistiek wil jonge mensen opleiden tot kritische journalisten die goed nadenken over de rol die ze spelen in de samenleving. Fact checking is daar een onderdeel van, maar het is uiteindelijk ook afhankelijk van het type medium en op welke redactie je werkt of en in hoeverre dit tot je dagelijkse routines gaat behoren. Ik heb het dan niet over de gebruikelijke journalistieke principes als ‘check & double check’ of hoor en wederhoor. Voor een programma als NOS Journaal is fact checking heel belangrijk, gezien de reputatie en het doel van het programma. Maar er zijn ook wel redacties waar fact checking eenvoudigweg een minder belangrijke rol speelt, waar het bijvoorbeeld meer gaat om de snelheid waarmee het nieuws gebracht kan worden.”

Gonnie Eggink: “Goede journalistiek gaat ook om constructieve vragen stellen. Nadenken over hoe het beter kan en verschillende percepties bij elkaar te brengen”

Wat maakt een goede journalist?

“In de opleiding zitten verschillende componenten die belangrijk zijn voor een goede journalist. Dat is allereerst een nieuwsgierige houding hebben. Dus onderzoekend, nauwkeurig en onafhankelijk zijn. Daarnaast moet een journalist kennis hebben. Enig besef over hoe de wereld in elkaar zit. Verder is analytisch vermogen belangrijk, dus goede vragen kunnen stellen en observeren wat er zich afspeelt. Ten slotte moet een journalist ook reflectief vermogen hebben; dat wil zeggen kritisch zijn op het eigen handelen en nadenken over de consequenties hiervan.”

Hoe zorgt de opleiding hiervoor?

“De nieuwsgierige houding en onafhankelijkheid is misschien best veel gevraagd voor de jongeren die bij ons starten. Het zijn 17/18-jarigen dus het is prima wanneer dat vermogen in de loop der jaren zich meer ontwikkelt. Iedereen mag de opleiding volgen, maar we wijzen ze er wel op dat als je komt omdat je leuke verhalen kunt schrijven, je wellicht niet op de goede plek zit op deze opleiding. We zoeken mensen die een bepaalde gedrevenheid hebben en we proberen ze daarin te laten groeien. Daarnaast werken studenten aan kennisvakken als politiek en economie. Het analytisch denken, goede vragen stellen en observeren zijn vaardigheden die aan te leren zijn. Tegelijkertijd zijn sommigen echt geboren met talent en die talenten kunnen ze op de opleiding verder ontwikkelen.”

“Je moet weten wat je perceptie is en frames kennen en herkennen. Als de studenten frames herkennen, weten ze ook hoe ze die kunnen gebruiken of misbruiken”

Hoe belangrijk is reflectief vermogen?

“Dat is erg belangrijk. We stimuleren studenten om achteraf terug te blikken op wat ze hebben gedaan. Stel jezelf de vraag waarom je gedaan hebt wat je hebt gedaan, en of dat het juiste was. Hoe verder studenten komen in de opleiding, hoe breder de reflectievragen worden: ze blikken dan niet alleen terug op hun eigen handelen, maar denken ook na over de verantwoordelijkheid die je als journalist hebt in een democratische rechtsstaat. Reflectie is essentieel om jezelf steeds te verbeteren.”

Kunt u een voorbeeld geven met betrekking tot reflecties van studenten?

“Elk onderzoeksverslag eindigt met een reflectie. Een mooi voorbeeld is wat studenten doen in hun laatste jaar. Ze maken dan een journalistieke productie en ook een onderzoeksverslag. Bijvoorbeeld een onderzoeksproject waarbij studenten stil stonden over wat betrouwbaarheid is voor jongeren, en hoe zij de betrouwbaarheid van de journalistiek ervaren. Waarom het ene wel en het andere niet? In de reflectie na afloop kwamen er antwoorden als: ‘Ik heb me nooit gerealiseerd dat als je een boer interviewt, die boer weleens vijandig tegenover je kan staan als je hem vraagt naar betrouwbaarheid.” Met andere woorden, diegene had zich te weinig gerealiseerd wie zijn publiek was. Journalisten van de toekomst moeten daar vooraf dus goed over nadenken.”

Hoe komt fact checking terug in de opleiding?

“Algemene researchvaardigheden komen uiteraard al vanaf het eerste jaar aan bod. Specifiek over fact checking hebben we in het onderwijsprogramma twee onderdelen. In het eerste jaar checken studenten een onderzoek. Ze analyseren een onderzoek aan de hand van een aantal voor hen zeer abstracte begrippen namelijk betrouwbaarheid, generaliseerbaarheid, validiteit en onafhankelijkheid. De kwaliteitscriteria voor een onderzoek. Eerst willen we dat ze snappen wat deze begrippen inhouden en vervolgens checken ze in een bestaand onderzoek of dat de toets der kritiek kan doorstaan.”

Kunt u een voorbeeld geven?

“Bijvoorbeeld een onderzoek van Wakker dier. Is het onderzoek kwalitatief of kwantitatief? En als het onderzoek kwalitatief blijkt te zijn, kun je de uitkomsten dan generaliseren? Is het onderzoek uitgevoerd door een onafhankelijke organisatie? En wat is dan onafhankelijkheid? Is het CBS onafhankelijk? Of het SCP? Als onderzoek door de overheid wordt betaald kun je het dan nog wel onafhankelijk noemen? Over dit soort vragen hebben we interessante discussies tijdens de colleges en ze komen terug in de fact checks van de studenten. Naar mijn idee doen we dit veel te weinig en veel te kort. Onderwijs heeft pas echt effect als je bepaalde onderwerpen meermaals aan bod laat komen en ermee oefent.”

“Subjectieve fouten, zoals een mening poneren als waarheid, een stelling zonder onderbouwing weergeven, of een quote uit de context lichten, hebben een sterke impact op het vertrouwen van het publiek in de journalistiek”

Wat is het tweede onderdeel over fact checking?

“In het tweede jaar werken we samen in een Europees project met andere Europese journalistieke opleidingen waar we uitspraken van politici checken. Dat zijn dan feitelijke uitspraken waarbij de eerste vraag die gesteld moet worden is: welke uitspraken kun je checken? Als-danuitspraken zijn niet te checken, net als uitspraken over de toekomst. Alleen dat besef al is belangrijk. Daarna gaan de studenten aan de hand van een stappenplan na waar de uitspraken op gebaseerd zijn en of die de toets van de fact checking kunnen doorstaan. Ze rapporteren daar vervolgens over in een journalistiek weblog.”

Is ethiek onderdeel van de opleiding?

“Jazeker, ethiek gaat me aan het hart. Zeker in Zwolle is dit van belang. Een deel van onze studenten komt uit een beschermde, veilige en homogene omgeving. Dat draagt ertoe bij dat de opleiding weinig inclusief en divers is. In het tweede jaar schrijven ze bijvoorbeeld een beschouwing over het boek Verdraaid! – het nieuws anders bekeken. Mede door dit boek krijgen ze het besef dat we allemaal een beperkte blik op de werkelijkheid hebben. Je bent nu eenmaal wie je bent. Je neemt de werkelijkheid op jouw manier waar.”

Dat maakt het boek duidelijk?

“In het boek toont de auteur bijvoorbeeld aan hoe hij zelf de mist ingaat met het benaderen van zwarte interviewkandidaten in Zuid-Afrika, omdat hij de kandidaten beziet vanuit zijn eigen achtergrond. Op die manier laten we de studenten nadenken over de vraag hoe zijzelf kijken naar ‘de ander’ en dat de manier waarop we naar de wereld kijken ook maar een van de vele manieren is.”

Waarom is dit besef belangrijk?

“Dat is belangrijk omdat we leven in 2021 en we te maken hebben met een wereld die niet meer zwart-wit is. Er is niet één werkelijkheid. Daarmee zeg ik overigens niet dat er niet één waarheid is. Immers, een temperatuur van 60° Celsius is toch echt 60° Celsius. Wat betreft werkelijkheid moet je weten wat je perceptie is en frames kennen en herkennen. Als studenten frames herkennen, weten ze ook hoe ze die kunnen gebruiken of misbruiken.”

Hoe leren ze frames herkennen?

“In de colleges over framing gaat het om bewustwording. Ze leren frames herkennen waarbij een belangrijke rol is weggelegd voor het bewustwordingsproces. Vergelijk verschillende nieuwsproducties maar eens in de berichtgeving over asielzoekers. Worden ze geportretteerd als gelukszoekers, indringers of als helden die hun vaderland verlaten en bereid zijn alles te doen wat binnen hun mogelijkheden ligt om hun situatie te veranderen.”

Hoe kun je framing nog meer herkennen?

“Daarnaast kun je de waarheid ontleden door op grond van feitelijke informatie na te gaan wie wat zegt, wat gezegd wordt, of de bron bekend is en wat nu eigenlijk de onderbouwing is van uitspraken. Voor je eigen onderzoekswerk betekent dit in de eerste plaats dat je zorgvuldig omgaat met feiten, met waarheidsfeiten. Je moet transparant zijn door de lezer inzicht te geven door links naar bronnen. Zo verschaf je duidelijkheid over het materiaal waarop jij als journalist je hebt gebaseerd. Bij De Correspondent doen ze dat overigens heel goed en steeds meer nieuwsmedia nemen dit over.”

“Goede journalistiek gaat ook om constructieve vragen stellen. Nadenken over hoe het beter kan en verschillende percepties bij elkaar te brengen”

Ziet u verschillen met de opleiding van vroeger?

“Vroeger hadden journalisten de wijsheid in pacht. Althans dat idee bestond. Dat is wezenlijk veranderd. Dat maakt het reflectiedeel en fact checking nu belangrijker. Twintig jaar geleden lazen de studenten blaadjes als Spits en Metro. Toen al was er weinig ruimte voor de zogenaamde kwaliteitskranten. Nu is de telefoon de belangrijkste bron van informatie. Dat wil niet zeggen dat de telefoon hetzelfde is als social media.”

Want?

“Social media worden met name door jonge mensen niet vertrouwd. Social media worden als ingang gebruikt om aan nieuws te komen, maar een groot deel van de jongeren die daar nieuws op vindt, klikt vervolgens door naar een ander bekend en vertrouwd platform voor meer informatie. Wat veranderd is, is dat papieren media tegenwoordig nauwelijks gelezen worden door jongeren. Gelukkig gebruiken ze de telefoon niet kritiekloos. Het is veelal een middel om een aankondiging te doen: lees dit verhaal!, om te profileren, of om publiek te betrekken. En om in contact te komen met mensen. De studenten leren ook een social-mediastrategie te maken.”

Wat zijn nog meer kwaliteiten van een goede journalist?

“Naast de vier punten die ik eerder noemde is goed kunnen luisteren heel belangrijk. Dat betekent luisteren naar wat iemand zegt, hoe iemand dat zegt en hoe iemand daarbij kijkt. Je realiseren welke emotie je waarneemt en of er bijvoorbeeld stemverheffing is. En vervolgens ook daarop kunnen en durven doorgaan. Dat zal voor auditoren overigens niet minder belangrijk zijn. Dat kunnen is bijna een gave, hoewel het ook aan te leren is. Je moet kunnen observeren en kritisch nadenken en dat kunnen omzetten in open vragen, zoals: waarom, wat, hoe. Iemand als Jeroen Wollaars kan dat heel goed.”

Wat vindt u mindere journalistiek?

“Tegenwoordig lijkt het wel alsof journalistiek betekent dat het moet knallen. Dat het erom gaat de tegenstellingen in beeld te brengen of uit te vergoten opdat er een spannend journalistiek programma ontstaat. Maar daar gaat het mijns inziens niet om. De wereld is niet zwart-wit zoals studenten op kunnen pikken uit het boek Verdraaid! Er bestaan heel veel grijstinten. Over die grijstinten lees je relatief veel minder. Zeker als je alleen maar headlines leest. Het gaat er ook om constructieve vragen te stellen. Na te denken over hoe het beter kan en verschillende percepties bij elkaar te brengen.”

Wat is het ultieme doel van de journalistiek?

“Dat is mensen zodanig informeren dat we hier in Nederland in een democratische rechtsstaat kunnen blijven leven. De journalistiek dient de democratie. We leven in een land waar veel erg goed geregeld is, en zien niet dat dat in andere landen niet zo vanzelfsprekend is. Dat – het dienstbaar zijn aan de democratie – is waar onze opleiding voor staat. Zonder daarbij het kritisch volgen van ‘de macht’ uit het oog te verliezen.”

“Fact checking leren de studenten door een onderzoek te analyseren aan de hand van begrippen als betrouwbaarheid, generaliseerbaarheid, validiteit en onafhankelijkheid”

“Ik neem waar dat soms gebeurtenissen zoals een opgehouden bordje met de tekst ‘fake news’, journalistiek uitvergroot wordt. Het lijkt dan alsof journalisten iets meer bedreigd worden in hun bestaan. Als je gaat tellen en het aantal incidenten van 2021 vergelijkt met het aantal incidenten van twintig jaar geleden, is dat misschien zo. Maar tegelijkertijd zijn dat grote woorden in vergelijking met de situatie in andere landen. Nederland staat nog steeds in de Top-10 op de persvrijheidsranglijst waar in totaal 180 landen op staan.”

Hoe krijg je het meest los van degene die je interviewt?

“Luisteren is heel belangrijk. En natuurlijk ook goed voorbereid zijn, weten met wie je praat. Wat ook goed werkt is een opstelling als ‘de vermoorde onschuld’. Maar dan moet je doel ook zijn om iets los te krijgen bij degene tegenover je. Het doel kan net zo goed zijn om snel nieuws te maken. Dan geldt dit minder, al is het maar omdat je minder tijd hebt.”

Hoe bereik je je publiek?

“Dit is echt een punt van zorg. Steeds meer mensen mijden het nieuws. Het enige moment waarop dat niet zo was, was tijdens de eerste coronagolf. Het is moeilijk om je boodschap bij iedereen te laten landen. Nederland lijkt steeds meer gesegregeerd. Tegelijk was dat vroeger misschien ook al zo, maar is dat nu meer zichtbaar sinds de komst van social media. Diezelfde social media zorgen er overigens ook voor dat je juist meer en andere groepen kunt bereiken.”

Mag je als journalist zelf iets vinden?

“Jazeker, je vindt sowieso altijd iets. Het is afhankelijk van het soort verhaal dat je maakt. Als het gaat om een column of commentaar dan moet je zelfs iets vinden. Ik denk dat we als journalist altijd iets moeten vinden, alleen het hoeft niet altijd door te dringen in je nieuws. Door bronnenkeus geef je al inkleuring aan het verhaal dat je wilt vertellen, maar dat hoeft niet per se door te dringen in de berichtgeving zelf.”

Tot slot, fact checking: wordt dat nog belangrijker?

“Transparantie en betrouwbaarheid blijven ontzettend belangrijk. We zien een tweedeling in de consequenties van fouten op het vertrouwen van het publiek in de journalistiek. Objectieve fouten tasten het vertrouwen minder aan dan subjectieve fouten. Iedereen – ook een journalist en hoe pijnlijk soms ook – kan slordigheidsfoutjes maken. Die worden vaak gerectificeerd. Subjectieve fouten, zoals een mening poneren als waarheid, een stelling zonder onderbouwing weergeven, of een quote uit de context lichten, worden als meer storend ervaren. Die hebben een veel sterkere impact op het vertrouwen van het publiek in de journalistiek. Een ander type journalist wordt hierdoor belangrijker. Niet langer de alwetende journalist, maar de vragende journalist.”

Over
Gonnie Eggink MSc is ruim twintig jaar docent op de opleiding Journalistiek in Zwolle. Ze doceert communicatiewetenschap en onderzoek. Daarnaast is ze voor een dag per week als onderzoeker verbonden aan het Kenniscentrum Media van hogeschool Windesheim.

Een artikel aanleveren? Lees onze aanleverinstructies.
0 likes

Reacties (0)

Wilt u ook een reactie plaatsen?

Voor het plaatsen van een reactie vereisen wij dat u bent ingelogd. Heeft u nog geen account? Registreer u dan nu. Wilt u meer informatie over deze vereiste? Lees dan ons privacyreglement.