
New public brutalism: luisteren en uitspreken
De maatschappelijke context van audit wordt sluipenderwijs steeds onveiliger. In het eerste deel van dit tweeluik is de dreiging van ‘new public brutalism’ en de impact voor de rol van de auditor verkend. In dit tweede deel verkennen we opties voor rolinvulling en breken we een lans voor de kern van ons vak: luisteren én je uitspreken.
Begin vorig jaar voltrok zich in de Verenigde Staten een gebeurtenis die symbool staat voor wat we in ons eerdere artikel new public brutalism (NPB) hebben genoemd: op één avond ontvingen ten minste twaalf inspecteurs-generaal totaal onverwacht per e-mail bericht vanuit het Witte Huis dat hun dienstverband per direct werd beëindigd. De laconieke toelichting daarbij: ‘Your appointment is terminated, effective immediately, due to changing priorities.’
Die actie was niet alleen bedoeld als interventie op het niveau van de hoogste leiding bij een aantal toezichthouders. Het was ook bedoeld als gerichte aanval op een institutionele bedding van toezicht die moet borgen dat de legitimiteit van de overheid niet slechts afhangt van politieke loyaliteit of persoonlijke trouw, maar ook van transparantie, integriteit en een rechtmatige taakvervulling.
Audit als gevaarlijk vak…
Inspecteurs-generaal vervullen in de Verenigde Staten een rol die vergelijkbaar is met die van publieke auditors: het zijn onafhankelijke, intern gepositioneerde ambtsdragers die belast zijn met het opsporen van verspilling, fraude en andere misstanden bij de ministeries. Hun functie is op te vatten als een moreel anker. Een stille garantie dat de overheid niet zomaar een instrument is in handen van de personen die op dat moment de macht hebben, maar een publieke entiteit die verantwoording schuldig is aan de samenleving.
Gevolgen van de ontslagronde werden onmiddellijk zichtbaar: lopende audits werden stopgezet, evaluaties van publieke middelen vertraagden en de tijdelijke vervanging van inspecteurs-generaal door politieke benoemingen ondermijnde de onafhankelijkheid van audit en toezicht.
Ook hier kunnen auditors wel degelijk in situaties terechtkomen waarin hun onafhankelijkheid wordt getest
Loyaliteit versus onafhankelijkheid: een paradox
De episode overzee legt een fundamentele spanning bloot tussen persoonlijke trouw en institutionele verantwoordelijkheid. Wanneer onafhankelijke controle door politieke bestuurders alleen maar als obstakel wordt gezien, ontstaat de paradox van de ‘loyale auditor’, waarbij wordt verwacht dat iemand kritisch is terwijl tegelijkertijd gehoorzaamheid wordt opgelegd. Zoiets werkt demoraliserend en intimiderend: onafhankelijkheid wordt niet beloond maar bestraft. Met als gevolg dat voor goed bestuur cruciale ‘countervailing powers’ verloren gaan.
De Nederlandse situatie: vooralsnog subtieler
Hoewel de politieke cultuur in Nederland anders is dan die in de Verenigde Staten zijn de risico’s vergelijkbaar, zij het subtieler van aard. Vooralsnog is de situatie in ons land minder gepolariseerd. Ook hier kan echter sprake zijn van politieke druk die zich laat merken via invloed op benoemingen, reorganisaties, korting op budgetten of het aanpassen van auditprioriteiten.
Het risico schuilt bij ons vooralsnog in geleidelijke erosie: door het in twijfel trekken van institutionele legitimiteit via de media, subtiele uitoefening van druk bij de uitvoering van werkzaamheden, bezuinigingen op controlerende organen, onnodig verklaren van audits en evaluaties, beperkte schendingen van regels en procedures. Zo kunnen auditors ook hier wel degelijk in situaties terechtkomen waarin hun onafhankelijkheid wordt getest. Op zo’n moment mag van hen worden verwacht dat ze opstaan, verantwoordelijkheid nemen, mogelijk zelfs in verzet komen. De nieuwe GIAS-auditstandaarden – Principe 1. Geef blijk van integriteit – wijzen niet voor niets op professionele moed en eerlijkheid.
Op zoek naar handelingsperspectief: vier (luister)strategieën
Het Amerikaanse precedent fungeert in dit opzicht als een waarschuwing, maar biedt ook aanknopingspunten om na te denken over strategische opties waarmee publieke auditors zich kunnen wapenen tegen toekomstige ondermijning door de wereldwijde opkomst van het new public brutalism. Vier verschillende strategieën lijken ons relevant ter overweging (zie tabel 1). We werken ze hierna uit, nadat we eerst hebben toegelicht hoe luisteren en je uitspreken de kern vormen van het auditvak.

Luisteren vormt de oorsprong van het auditvak. Audit komt van audire. Ondanks alle veranderingen in de bestuurlijke context blijft luisteren essentieel. Niet alleen naar wat wordt gezegd, maar vooral naar wat ongezegd blijft. In een omgeving die wordt getekend door new public brutalism, waar intimidatie en verdachtmaking normaal dreigen te worden, verandert luisteren echter van functie. Het wordt al snel defensief. In plaats van te begrijpen, scannen auditors de omgeving op risico’s en dreiging. Luisteren wordt geen brug, maar een schild; de aandacht verschuift van de ander naar het veiligstellen van jezelf.
Luisteren
Luisteren in zo’n onveilige context is daarom ook niet een kwestie van ‘gewoon beter je best doen’. Het vraagt om professionele moed en het actief doorbreken van dreigende dynamieken. Luisteren lijkt een vanzelfsprekend onderdeel van onze professie, maar is in werkelijkheid iets kwetsbaars: openheid, empathie en het vermogen om eigen oordelen op te schorten. Precies die eigenschappen komen onder druk te staan wanneer de omgeving in toenemende mate als bedreigend wordt ervaren.
De paradox die hier tevoorschijn komt is schrijnend: hoe onveiliger het wordt, hoe minder er echt geluisterd wordt. Terwijl de oplossing voor onveiligheid juist begint bij horen en begrepen worden. In ieder geval maakt het duidelijk dat luisteren door de auditor niet alleen vraagt om goede oren, maar ook om een stevige ruggengraat.
Uitspreken
Luisteren is één aspect van het auditvak, maar jezelf vervolgens uitspreken en aankaarten wat je hebt gehoord is natuurlijk minstens zo belangrijk. ‘Speaking truth to power’, zo luidt niet voor niets de opdracht die Wildavsky, Amerikaans politicoloog en beleidsonderzoeker, heeft meegegeven aan iedereen die (evaluatief) onderzoek doet in de context van democratie en rechtsstaat.
In een veilige omgeving is het vanzelfsprekend dat mensen punten aankaarten en zorgen uitspreken, maar in een onveilige context wordt dat een kwetsbare, soms zelfs risicovolle handeling. Niet eens per se omdat de inhoud van wat wordt ingebracht gevaarlijk is, maar omdat zo ook meteen de positie van de spreker als verdacht kan worden weggezet.
Auditors die ervoor kiezen om thema’s aan te kaarten, stellen zich vragen als: wat gebeurt er als ik dit noem? Wie beschermt mij als dit escaleert?
Wie in een onveilige omgeving ervoor kiest om iets aan te kaarten, trekt de aandacht naar zich toe en roept reacties op, zoals gerichte verdediging of aanval, verdachtmaking of zelfs vergelding. Dat kan bijvoorbeeld door het punt in twijfel te trekken (‘het valt allemaal wel mee’), de boodschapper te problematiseren (‘dat zegt meer over de auditor dan over ons’), de zorg om te buigen tot een aanval (‘dus jij als auditor beweert dat wat wij doen onveilig zou zijn?’), de spreker buiten de groep te plaatsen (‘typisch dat juist de auditor hier weer over moet beginnen’).
Auditors die ervoor kiezen om thema’s aan te kaarten, stellen zich vragen als: wat gebeurt er als ik dit noem? Wie beschermt mij als dit escaleert? Heeft het überhaupt zin? Deze vragen kunnen leiden tot zelfcensuur, terughoudendheid en stilzwijgende berusting in schadelijke patronen. Het probleem blijft bestaan, de spanning groeit, maar de ruimte om die te doorbreken slinkt. Juist in dat licht presenteren wij onze vier strategieën.
1. Welwillend luisteren en diplomatiek meebewegen
De eerste strategie legt de nadruk niet op confrontatie, maar op diplomatiek navigeren in het licht van politieke spanningen die brutalistisch optreden oproept. Luisteren krijgt hier de invulling van inleven, meeleven, empathie tonen, proberen te begrijpen waar de ander mee zit en de wens om die een zeker comfort te bieden. Openstaan voor de ander is alleen wel lastig als daar een brutalistisch motief aan ten grondslag ligt en het bijvoorbeeld gaat om de wens om minder ‘last’ te hebben van controle en toezicht.
Concreet kan dit in de Nederlandse context betekenen dat kritische rapporten en bevindingen ‘gewoon’ eerst maar eens intern besproken worden, voordat zij publiek worden gemaakt om grote verlegenheid bij de politieke leiding te voorkomen. Of dat het tijdstip van verschijning van een rapport wordt uitgesteld tot een moment waarop dat minder ongemak veroorzaakt voor de direct verantwoordelijke politiek bestuurder.
Door een diplomatieke opstelling over bijvoorbeeld wanneer en hoe gevoelige informatie wordt gedeeld, kunnen auditors de kans op directe politieke represailles verkleinen en tegelijkertijd de essentie van hun controlewerk proberen te behouden. Deze strategie vergt een ingewikkelde tactische evenwichtsoefening, met als risico dat de professionele integriteit in het geding raakt.

2. Aandachtig luisteren maar wel de grenzen markeren
Een tweede strategie heeft als kernidee het bewaken van de eigen onafhankelijkheid. Dit door het handhaven van een strikte scheiding tussen enerzijds politieke loyaliteit en persoonlijke trouw aan bestuurders en anderzijds institutionele verantwoordelijkheden. In de context van publieke auditors in ons land betekent dit strikt vasthouden aan wettelijke mandaten, procedures en rapportageplichten, ook wanneer die lijn spanning veroorzaakt met de wens van de politieke leiding.
Door principieel vast te houden aan formele processen en communicatiekanalen, zoals rapporteren aan de volksvertegenwoordiging en publiceren van audits volgens eigen planning, wordt de onafhankelijkheid zichtbaar en tastbaar. Deze strategie vereist geduld, zelfbeheersing en het vermogen om persoonlijke of organisatorische druk te weerstaan. Zij stelt auditors in staat een duidelijke ethische en professionele norm neer te zetten die moeilijk te ondermijnen is zonder zichtbare schending van wet of procedure.
3. Beleefd aanhoren maar niet gehoorzamen
Deze derde strategie combineert het idee dat aansluiting houden met de (steeds brutalistischer) politieke context belangrijk is met het besef dat een confrontatie op een zeker moment toch onvermijdelijk kan zijn. Dit houdt in dat auditors bewust hun mandaat uitspelen om politieke beïnvloeding tegen te werken, maar zonder dat zij onnodig directe schermutselingen willen uitlokken. Niet provoceren dus.
Het doel daarvan is de continuïteit van audits te waarborgen, het verzamelen van bewijsmateriaal en documentatie op een manier die juridisch onomstotelijk is. Of het anticiperen op beleidsbewegingen zodat rapporten tijdig en juridisch correct kunnen worden ingediend. Het belangrijkste doel in deze strategie is om politieke druk te neutraliseren door slimme of handige institutionele manoeuvres, waarbij het risico op represailles wordt beperkt maar de kern van onafhankelijk controlerend onderzoek toch behouden blijft.
4. Assertief aanhoren en van daaruit de confrontatie aangaan
De vierde strategie is ervoor te kiezen moreel het conflict aan te gaan, dus het zoeken van een directe confrontatie, wanneer de onafhankelijkheid van de auditor en het auditproces wordt bedreigd. Dit houdt in dat auditors actief bezwaar maken tegen pogingen van politieke leidinggevenden om rapporten te manipuleren, vertragen of onderdrukken. Voor auditors kan dit betekenen dat zij weigeren documenten of gegevens aan te passen in reactie op politieke druk, expliciet schriftelijke bezwaren registreren en eventuele schendingen van wettelijke procedures aan de volksvertegenwoordiging melden.
Deze strategie legt de nadruk op transparantie en accountability, zelfs als het persoonlijke risico’s of werkgerelateerde repercussies met zich meebrengt. Het is een manier om de institutionele normen kracht bij te zetten, waarbij het individuele integriteitsbesef samenvalt met het collectieve belang van een betrouwbare overheid.
Wie handelt, beweegt tegen de stroom in. Dat vraagt meer dan moed
Activisme in het auditvak?
Activisme is niet bepaald een woord dat als vanzelf resoneert in het auditvak als kenmerk van de beroepspraktijk. Maar misschien wordt zoiets in de context van het NPB toch wel gevraagd, ook van de auditor. In verzet komen kan nog in stilte, maar zich uitspreken en de confrontatie zoeken is toch nog weer iets anders: het betekent ook actie ondernemen en daadwerkelijk iets in beweging zetten. Met alle risico’s van dien.
In een context van brutalisme, waar spanning, intimidatie en verdachtmaking de boventoon voeren, is zelf actie ondernemen geen neutrale stap. Het betekent dat iemand ervoor kiest om niet langer toe te kijken, maar bewust iets in gang wil zetten. Wie handelt, beweegt tegen de stroom in. Dat vraagt meer dan moed. Het vraagt bedachtzaamheid, beoordelingsvermogen en (op institutioneel niveau) ook het bieden van de benodigde bescherming.
Onveiligheid werkt vaak onderhuids en veroorzaakt twijfel en verlamming. Mensen vrezen repercussies zoals uitsluiting, reputatieschade of subtiele wraak, en verliezen vertrouwen in het systeem. Eerdere mislukte pogingen versterken die terughoudendheid. Daarnaast dwingt groepsloyaliteit tot stilzwijgen: wie het pact doorbreekt, riskeert buitensluiting.
Actie ondernemen is uiteindelijk een vorm van trouw blijven aan je eigen waarden. Het is een integriteitsdaad. Maar integriteit is niet hetzelfde als rigiditeit: het vraagt om wijsheid, timing en zelfzorg. Actie ondernemen kan diep eenzaam voelen. Wie zich uitspreekt of ingrijpt, ervaart vaak weinig onmiddellijke steun. Omstanders zwijgen, leidinggevenden deinzen terug, collega’s kijken weg. Vaak niet uit onwil, maar uit dezelfde angst die jou aanvankelijk ook tegenhield. Toch is actie soms nodig. Want de onveiligheid verdwijnt zelden vanzelf. Er is altijd iemand nodig die een begin maakt. Die besluit: tot hier en niet verder.
Morele en institutionele reflecties
De vier gepresenteerde strategieën zijn niet bedoeld als louter praktische handvatten. Zij weerspiegelen in hun oplopende ongemakkelijkheid een bredere keuze voor de institutionele handelingslogica van luisteren en zich uitspreken in het auditvak.
Het Amerikaanse voorbeeld van NPB laat zien dat een onafhankelijke invulling van auditing in de publieke sector niet slechts een instrument is om macht te controleren. Het vertegenwoordigt ook een morele belofte: een toezegging dat bestuur niet alleen draait om politieke loyaliteit of persoonlijke trouw, maar ook om integriteit, zorgvuldigheid en publieke verantwoording. De ontslagronde van de inspecteurs-generaal in de VS kan in die zin worden gelezen als een waarschuwing en tegelijkertijd als een uitnodiging tot reflectie. Het herinnert Nederland eraan dat institutionele onafhankelijkheid actief moet worden onderhouden, dat kennis en ervaring beschermd moeten worden, en dat het bewust inzetten van strategieën om controle en toezicht veilig te stellen geen persoonlijke luxe is, maar een publieke plicht.
De relatie tussen macht en vertrouwen
In bredere zin gaat het daarbij om de relatie tussen macht en vertrouwen in een samenleving. Wanneer interne controle-instrumenten worden genegeerd of uitgehold, verandert niet alleen de werking van het bestuur, maar ook de perceptie van wat macht betekent. Macht wordt minder gezien als een tijdelijke opdracht die verantwoording vereist en meer als een permanent bezit, een aanspraak die boven normen en regels staat. In die context wordt het behoud van onafhankelijke controleurs en toezichthouders niet slechts een kwestie van juridische bescherming, maar van cultuur en ethiek. Een uitdaging die ook Nederlandse auditors vroeg of laat zal raken, als de dynamiek van persoonsgebonden trouw en politieke loyaliteit de grenzen van professionele autonomie overschrijdt.
Over
Mark van Twist is hoogleraar Bestuurskunde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en bestuursvoorzitter van de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur (NSOB).
Joyce van der Kaaij, Charlot Oltmans, Erik van Minnen en Onno Brouwer zijn operational auditors bij de Auditdienst Rijk.
Reacties (0)
Lees meer over dit onderwerp:
Auditor, bespreek de bias!
Is de auditor altijd een objectieve waarheidsverkondiger? Nee! Welke biases kunnen auditors tegenkomen?
Lees meerStrategisch alignmentonderzoek: wat, hoe en waarom
Internal audit van zorgverzekeraar Coöperatie VGZ heeft de Internal Audit Innovation Award 2016 gewonnen met de innovatieve aanpak voor het strategisch alignmentonderzoek. In dit artikel wordt uitgelegd wat de meting inhoudt, hoe deze is uitgevoerd en staan we stil bij de rol van internal audit hierbij. Strategisch alignment betreft het gedeelde beeld en gemeenschappelijk begrip […]
Lees meer
Wilt u ook een reactie plaatsen?
Voor het plaatsen van een reactie vereisen wij dat u bent ingelogd. Heeft u nog geen account? Registreer u dan nu. Wilt u meer informatie over deze vereiste? Lees dan ons privacyreglement.