De zeven signalen van ethisch verval

De zeven signalen van ethisch verval

Auteur: Marianne Jennings
Beeld: Adobe Stock
6 min

Organisaties veranderen, technologie verandert, markten veranderen, maar menselijk gedrag verandert nauwelijks. De zeven signalen in het boek The seven signs of ethical collapse dat in 2006 verscheen, blijken nog steeds opvallend relevant. Misschien zelfs relevanter dan ooit.

De zeven signalen helpen auditors en toezichthouders om risico’s sneller te herkennen. Niet alleen bij boekhoudfraude, maar ook bij cultuurproblemen, ontspoord leiderschap en organisaties die zichzelf mooier presenteren dan ze zijn. De voorbeelden van vandaag laten zien dat deze signalen nog altijd actueel zijn.

Signaal 1 – Alles draait om de cijfers
Fraude begint zelden groot. Niemand start met het wegsluizen van tonnen. Het begint klein: een privéprintje op kantoor, een onschuldige aanpassing in een rapportage, een beetje schuiven met kosten. Maar zodra een organisatie begint met ‘creatief rekenen’, wordt teruggaan lastig. Want zodra de cijfers tegenvallen, ontstaat de druk om opnieuw in te grijpen. In organisaties waar targets, bonussen en prestaties centraal staan, schuiven grenzen langzaam op. Eerst ongemerkt, daarna bewust. Tot het verschil tussen slim sturen en fraude verdwijnt.

Signaal 2 – Iedereen ziet het, niemand zegt iets
Druk op prestaties wordt gevaarlijk als medewerkers zich niet veilig voelen om vragen te stellen. Mensen merken vaak prima dat er iets niet klopt. Maar ze houden hun mond. Omdat eerdere critici werden weggezet. Omdat meldingen niets opleverden. Of omdat niemand bekend wil staan als degene die problemen veroorzaakt. Zo ontstaat een cultuur waarin problemen blijven liggen, terwijl iedereen weet dat ze bestaan.

Signaal 3 – De CEO wordt groter dan de organisatie
Auditors spreken graag over tone at the top. Terecht, want leiders bepalen gedrag en cultuur. Het risico ontstaat wanneer een CEO onaantastbaar wordt: charismatisch, visionair en ogenschijnlijk altijd succesvol. Daaronder ontstaat vaak een managementlaag die vooral wil meegroeien. Kritische vragen stellen voelt riskant. Meebewegen veiliger. Opvallend is dat ervaren managers in dit soort organisaties regelmatig vertrekken, terwijl jongere, loyale opvolgers doorschuiven naar sleutelposities. Niet omdat ze beter zijn, maar omdat ze minder tegengas geven.

Signaal 4 – Toezicht zonder echte tegenkracht
Een indrukwekkende raad van toezicht betekent niet automatisch goed toezicht. Grote namen zijn nog geen garantie voor scherpe controle. Sommige toezichthouders missen inhoudelijke kennis van finance, risico’s of auditing. Anderen zitten in zoveel boards dat er te weinig tijd overblijft om echt kritisch te zijn. Ook in Nederland blijft dit een aandachtspunt. Zeker nu organisaties complexer worden en veranderingen sneller gaan dan governance kan bijhouden. Goed toezicht vraagt niet alleen ervaring, maar ook tijd, nieuwsgierigheid en inhoudelijke kennis.

Signaal 5 – Belangen lopen door elkaar
Belangenverstrengeling klinkt abstract, maar is meestal heel concreet. Contracten gaan naar vrienden. Familieleden worden leverancier. Bestuurders verdienen indirect mee aan deals van hun eigen organisatie. Soms subtiel, soms opvallend zichtbaar. Maar altijd risicovol. Want zodra persoonlijke belangen meespelen, verschuift de aandacht van het organisatiebelang naar het eigen voordeel.

Signaal 6 – Innovatie zonder grenzen
Nieuwe ideeën krijgen vaak veel vertrouwen. Soms te veel. Vooral bij snelgroeiende bedrijven ontstaat makkelijk een cultuur van: eerst groeien, later oplossen. De belofte wordt belangrijker dan het bewijs. Je ziet dit vaak bij bedrijven die draaien op charisma, media-aandacht en grootse verhalen. Silicon Valley maakte er bijna een motto van: ‘fake it till you make it’. Investeerders kijken weg omdat ze bang zijn de volgende grote doorbraak mis te lopen. Ondertussen worden boekhouding, marketing en beloften steeds creatiever ingevuld.

Signaal 7 – Heel druk met goed doen
Dit signaal is vaak het makkelijkst te herkennen. Organisaties die onder druk staan, laten graag zien hoeveel ‘goeds’ ze doen. Denk aan duurzaamheid, inclusiviteit, goede doelen of maatschappelijke projecten. Dat betekent niet dat ESG-initiatieven verkeerd zijn. Maar soms functioneren ze als rookgordijn. De aandacht verschuift dan van lastige vragen over winstgevendheid, producten of financiële risico’s, naar verhalen over maatschappelijke impact. Een eenvoudige test: kijk hoeveel ruimte een jaarverslag geeft aan klimaat, DEI of purpose. Vergelijk dat vervolgens met de aandacht voor risico’s, marges en financiële tegenvallers. Dat zegt vaak genoeg.

Hoe dit er in de praktijk uitziet

Case 1 – Theranos
Elizabeth Holmes stopte op haar negentiende met Stanford en verkocht vervolgens een droom waar Silicon Valley massaal in wilde geloven: bloedonderzoek met slechts een paar druppels bloed uit een vingerprik. De media vielen voor haar verhaal. Zwarte coltrui, grote visie, revolutionaire technologie, Holmes werd neergezet als ‘de nieuwe Steve Jobs’. Theranos werd gewaardeerd op 9 miljard dollar. Walgreens stapte in. De raad van bestuur zat vol grote namen uit de politiek en het bedrijfsleven. Slechts één bestuurder had een medische achtergrond. En toch stelde bijna niemand de simpele vraag: werkt het eigenlijk wel?

Signalen
Hier zie je meteen meerdere signalen terug: een CEO die groter wordt dan de organisatie, een raad van toezicht zonder voldoende inhoudelijke kennis en een cultuur waarin kritische vragen nauwelijks nog gesteld worden. Sterker nog, terwijl Theranos beweerde bloedtesten zelf uit te voeren, gingen miljoenen dollars naar externe laboratoria die dat werk alsnog deden. Ook dat leidde nauwelijks tot alarmbellen. Pas toen de kleinzoon van een bestuurder bij Theranos ging werken en ontdekte dat de technologie niet bestond, begon het verhaal af te brokkelen. Zijn grootvader stapte op. Kort daarna volgden onderzoeken, rechtszaken en gevangenisstraffen. Theranos verdween net zo snel als het was opgebouwd.

Case 2 – Nikola
Nikola beloofde de toekomst van duurzaam transport te bouwen: vrachtwagens op waterstof. De man achter het verhaal was Trevor Milton, een jonge, charismatische ondernemer die moeiteloos investeerders en media inpakte. Alleen was er één probleem: de technologie werkte niet. Toen investeerders wilden zien dat de truck daadwerkelijk reed, kwam Nikola met een indrukwekkende promotievideo. De vrachtwagen scheurde ogenschijnlijk zelfstandig over een lange weg door de woestijn. Het leek het bewijs waar iedereen op wachtte. Totdat onderzoeksbureau Hindenburg ontdekte wat er echt was gebeurd. De truck reed helemaal niet op waterstof. Er zat zelfs geen werkende motor in. Het voertuig was simpelweg van een heuvel afgerold, waarna slimme camerahoeken en montage het deden lijken alsof Nikola een doorbraak had bereikt.

Signalen
Ook hier zijn meerdere signalen direct zichtbaar: de charismatische CEO die groter wordt dan de organisatie, enorme druk om verwachtingen waar te maken en innovatie die belangrijker wordt dan bewijs. Toch bleef de raad van bestuur opvallend rustig. Er kwam een extern onderzoek, maar dat richtte zich vooral op ‘uitdagingen bij innovatie’, niet op de vraag waarom een bedrijf zonder werkende techniek miljarden waard was geworden. Het duurzame verhaal werkte bovendien als een beschermlaag. Kritische vragen verdwenen naar de achtergrond, omdat niemand de partij wilde zijn die ‘tegen groene innovatie’ was. Nikola laat zien hoe snel gezond wantrouwen kan verdwijnen wanneer hype, duurzaamheid en groeiverwachtingen samenkomen.

Case 3 – FTX en Sam Bankman-Fried
Sam Bankman-Fried, meestal gewoon SBF genoemd, bouwde in korte tijd een van de grootste cryptoplatformen ter wereld. Jong, rijk, slim en altijd zichtbaar in een T-shirt en korte broek. Daarmee werd hij het tegenovergestelde van de klassieke Wall Street-bankier, en precies daarom geloofden zoveel mensen in hem. FTX groeide explosief. Beroemdheden maakten reclame voor het platform. Sportsterren liepen rond op evenementen. Politici ontvingen donaties. Investeerders wilden erbij horen. Vanuit luxe villa’s op de Bahama’s bouwde SBF aan zijn imago als briljante ondernemer die vooral ‘goed wilde doen voor de wereld’. Achter de schermen gebeurde iets totaal anders. Klantgeld van FTX werd gebruikt om riskante investeringen van zijn hedgefonds Alameda Research te financieren. Interne controles waren er nauwelijks. Vrienden kregen topfuncties. Besluiten werden genomen via chatberichten die automatisch verdwenen.

Signalen
Vrijwel alle signalen komen hier samen: een jonge onaantastbare leider, een cultuur zonder tegenkracht, belangen die volledig door elkaar liepen en medewerkers die hun twijfels niet echt durfden uit te spreken. Binnen de organisatie gingen wel degelijk alarmbellen af. Een medewerker vroeg zelfs letterlijk: ‘Gaan auditors geen vragen stellen over het gebruik van klantgeld?’ Maar SBF schoof die zorgen eenvoudig weg. Auditors letten daar volgens hem toch niet echt op. Dat bleek een fatale misrekening. Toen het vertrouwen verdween, stortte FTX binnen enkele dagen volledig in. Miljarden aan klantgeld waren verdwenen. Het bedrijf implodeerde live voor de ogen van de wereld. FTX laat zien hoe gevaarlijk het wordt wanneer charisma, groei en maatschappelijke uitstraling belangrijker worden dan toezicht en controle.

Slotgedachten

Theranos, Nikola en FTX zijn geen uitzonderingen. Hetzelfde patroon zie je terug bij Wells Fargo met nepbankrekeningen, bij WeWork met zijn eindeloze groeiverhalen en zelfs bij het Atlanta Public School System, waar toetsresultaten werden aangepast om prestaties beter te laten lijken dan ze waren. De sector verschilt. De technologie verschilt. Maar de signalen blijven opvallend hetzelfde. Vrijwel nooit begint het met grote fraude. Het begint met druk. Met een leider die niet meer wordt tegengesproken. Met kleine uitzonderingen die normaal worden. Met mensen die twijfels hebben, maar zwijgen. En vaak zijn de signalen al lang zichtbaar voordat een organisatie daadwerkelijk omvalt.

Juist daarom zijn deze zeven signalen zo waardevol voor auditors en toezichthouders. Niet als theoretisch model, maar als praktische reality check. Ze helpen om scherper te kijken naar cultuur, gedrag en besluitvorming, juist op de plekken waar cijfers alleen niet genoeg vertellen. Want zodra meerdere signalen tegelijk zichtbaar worden, is extra alertheid nodig: meer doorvragen, kritischere observaties en soms simpelweg de vraag stellen die niemand anders nog durft te stellen. De grootste les van al deze voorbeelden is misschien wel deze: fraude ontstaat zelden in het geheim. Vaak kijkt iedereen er al naar, alleen noemt nog niemand het probleem bij naam.

 

Over
Marianne Jennings is emeritus hoogleraar aan de W.P. Carey School of Business, Arizona State University. In 2006 publiceerde ze The seven signs of ethical collapse dat vertaald werd in vijf talen.

Een artikel aanleveren? Lees onze auteursinstructies.
0 likes

Reacties (0)

Wilt u ook een reactie plaatsen?

Voor het plaatsen van een reactie vereisen wij dat u bent ingelogd. Heeft u nog geen account? Registreer u dan nu. Wilt u meer informatie over deze vereiste? Lees dan ons privacyreglement.