
Wouter Bos over solidariteit en schaarste
De zorgsector is een plek waar (vaak) publieke belangen en private verantwoordelijkheden op gespannen voet samenkomen. Wouter Bos, bestuursvoorzitter van Coöperatie Menzis, beweegt zich al jaren precies op dat snijvlak. Hij vertelt over schaarste, digitalisering, interne audit en solidariteit. En waarom juist dat snijvlak hem blijft fascineren.
Voor onze jonge lezers is het goed om eerst te vragen: Wie is Wouter Bos?
“Lang geleden heb ik bij Shell gewerkt. Later werd ik actief in de politiek en ben ik onder andere minister van Financiën en vicepremier geweest. Daarna – met nog her en der een uitstapje – ben ik de zorg ingegaan. Eerst als consultant en later als bestuurder van een groot academisch ziekenhuis in Amsterdam, het VU Medisch Centrum dat tegenwoordig onderdeel is van het Amsterdam UMC. Nu ben ik alweer vier jaar met veel plezier bestuurder van Menzis.”
Je hebt gewerkt in het bedrijfsleven, de politiek en de zorg. Waar ligt je hart?
“Precies op dat snijvlak. Ik zou me niet helemaal thuis voelen in een puur publieke functie, behalve dan de politiek. Dat is echt een wereld apart. Maar ik voel me ook niet volledig op mijn plek in een puur private omgeving met uitsluitend private belangen. Juist het snijvlak waar publieke en private belangen samenkomen en met elkaar in balans moeten worden gebracht, vind ik buitengewoon boeiend. De zorg is daar misschien wel het meest sprekende voorbeeld van.”
Dat vind je in je huidige baan?
“Mijn huidige rol als bestuurder van Menzis is exemplarisch voor dat spanningsveld. Ik sta aan het hoofd van een grote organisatie die financieel gezond moet zijn en elk jaar een positief resultaat moet laten zien. Dat vraagt klassiek bedrijfsmatig denken: strategie, sturing, en efficiency. Tegelijkertijd opereren we in een sector waarin we afwegingen moeten maken als het gaat om toegankelijkheid, betaalbaarheid en kwaliteit van zorg. Allemaal relevante publieke belangen waarvoor de politiek ons verantwoordelijkheid heeft gegeven. De combinatie van die belangen en afwegingen maakt het werk ingewikkeld, maar ook enorm boeiend.”
Menzis is een coöperatie. Heeft dat invloed op die afwegingen?
“Ja, wij zijn een coöperatie met leden. Dat past goed bij die dubbele opdracht. We werken niet voor aandeelhouders die maximaal rendement willen, maar voor leden die goede zorg verwachten tegen een redelijke premie. Dat neemt niet weg dat we financieel scherp moeten sturen, maar het helpt wel om steeds dat bredere maatschappelijke perspectief mee te nemen.”
“Afdelingen sluiten zelden vanwege geldgebrek, maar steeds vaker omdat er simpelweg geen personeel is”
Wat zijn de grootste uitdagingen voor de Nederlandse zorgsector?
“Los van de politieke actualiteit – denk daarbij aan discussies over een hoger eigen risico en aankomende bezuinigingen – is schaarste het centrale vraagstuk. We hebben geen onbeperkte hoeveelheid geld, zeker niet in een tijd waarin ook klimaat, defensie en energie om publieke middelen vragen. Dus de schaarse euro’s moet je op een goede manier verdelen. En dat is niet makkelijk. Maar eerlijk gezegd is de financiële schaarste inmiddels ingehaald door de schaarste op de arbeidsmarkt. We hebben gewoon te weinig zorgprofessionals om iedereen altijd de zorg te kunnen geven die ze nodig hebben. Afdelingen sluiten zelden vanwege geldgebrek, maar steeds vaker omdat er simpelweg geen personeel is.”
Dwingt de schaarste tot lastige keuzen?
“Ja. Het betekent dat je misschien niet alle zorg overal kunt blijven aanbieden zoals we dat gewend waren. Je moet keuzen maken: welke voorzieningen houd je waar in stand, hoe organiseer je spoedeisende hulp in een regio, en welke zorg concentreer je liever? Dat zijn geen makkelijke gesprekken, want er zijn altijd partijen teleurgesteld.”
De zorg vergrijst, net als de samenleving. Maakt dat het probleem groter?
“Zeker. De vergrijzing is een belangrijke oorzaak van de arbeidsmarktkrapte die we nu al voelen. De vraag naar zorg neemt toe, terwijl het aanbod van professionals achterblijft. Dat vergroot de urgentie om de zorg anders te organiseren en slimmer gebruik te maken van technologie.”
Kan AI helpen bij het oplossen van schaarste in geld en personeel?
“Ja, op verschillende manieren. In klantcontact en administratieve processen liggen veel kansen, al blijkt het in de praktijk vaak complexer dan gedacht. Verderop in de keten zie je toepassingen in diagnostiek en zorginhoudelijke ondersteuning. Dat is veelbelovend, maar we zitten nu wel in de fase waarin de hype plaatsmaakt voor de weerbarstige praktijk.”
En zorgpreventie, wat is daarin de rol van zorgverzekeraars?
“Medische preventie, zoals een aantal vaccinaties, wordt vergoed. Ook valpreventie voor ouderen levert aantoonbaar besparingen op en zit daarom in het pakket. Maar veel preventie ligt in het sociaal domein en is een verantwoordelijkheid van gemeenten. Ook kun je je afvragen of je met fiscale maatregelen – denk aan tabak, alcohol en suiker – niet veel grotere effecten bereikt dan met marginale interventies vanuit de zorg.”

Preventie schuurt soms met individuele vrijheid en solidariteit. Hoe kijk je daarnaar?
“Dat is een klassiek debat. Zie je preventie als kostenbesparing waar iedereen van profiteert, of als betutteling? Die spanning zie je ook in de politiek. Bovendien is het in de praktijk lastig om onderscheid te maken of een bepaalde ziekte of blessure het gevolg is van eigen vrije keuzen of pech. Denk hierbij aan roken of sportblessure. Een causaal verband is in deze heel lastig aan te tonen. En artsen hebben terecht de houding dat het niet uitmaakt waarom iemand zorg nodig heeft: zorg moet worden geleverd.”
En waar ligt eigenlijk de oplossing: bij de rijksoverheid of bij de sector zelf?
“Het moet van twee kanten komen. De aanbodkant moet je zo efficiënt mogelijk organiseren. Soms is het beter om één locatie volledig te bemensen dan twee locaties half. En hoeveel spoedeisende hulpposten kun je in een etmaal openhouden in een bepaalde regio? Dat zijn de keuzen. Maar minstens zo belangrijk is het afremmen van de zorgvraag. Veel problemen die uiteindelijk in de spreekkamer belanden, horen daar eigenlijk niet thuis. Denk aan armoede, schulden of slechte huisvesting. Als je daar eerder ingrijpt, voorkom je zorggebruik. Dit vraagt om samenwerking buiten de klassieke zorg. De gemeenten spelen daar bijvoorbeeld een sleutelrol in. Goede schuldhulpverlening of fatsoenlijke huisvesting voorkomt wel medische problemen later.”
Zijn die uitdagingen voor Menzis anders dan voor andere zorgverzekeraars?
“Grotendeels zijn ze hetzelfde. Elke zorgverzekeraar heeft de wettelijke taak om te zorgen voor betaalbare, toegankelijke en kwalitatief goede zorg. Wat voor ons specifiek is, is dat we marktleider zijn in het noorden en oosten van het land. In die regio’s worden we als eerste aangesproken als het misgaat. Daarnaast hebben wij in regio’s als Twente, Groningen en Arnhem ook verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de Wet langdurige zorg voor alle inwoners, niet alleen voor onze eigen verzekerden.”
Als bestuurder beschik je over een interne auditfunctie. Wat verwacht je daarvan?
“Interne audit is onafhankelijk en rapporteert formeel aan de raad van commissarissen, niet aan mij. Dat is essentieel. Tegelijkertijd heb ik in de praktijk natuurlijk wel overleg met het hoofd Interne Audit over thema’s die relevant zijn. Uiteindelijk beslist hij zelf wat wel of niet in het auditplan komt. Ik zie de toegevoegde waarde van onze afdeling Internal Audit. Het zijn professionals die onafhankelijk kijken of we doen wat we zeggen en of dat zorgvuldig gebeurt. Tegelijkertijd kennen ze het bedrijf van binnenuit, dat is van grote waarde. Dat is prettig voor het bestuur, maar ook voor externe toezichthouders. Als wij kunnen laten zien dat onze interne auditdienst controleert of we opvolging geven aan opmerkingen van bijvoorbeeld De Nederlandsche Bank, dan wordt dat oordeel vaak vertrouwd. Dat scheelt weer extra externe controles.”
“Auditors moeten steeds vaker oordelen over datagedreven processen, soms zelfs over toepassingen van AI. Dat is ingewikkeld”
Welke onderwerpen staan tegenwoordig op de auditagenda?
“Financiële onderwerpen blijven belangrijk, maar veel daarvan lopen al mee in reguliere risicomanagementprocessen. Je ziet dat audits steeds vaker gaan over IT, data en uitbesteding. We werken in ketens met andere partijen en toezichthouders willen weten of die afhankelijkheden goed zijn vastgelegd en beheerst. Dat wordt alleen maar belangrijker.”
Digitalisering en data spelen daarin een grote rol. Wat betekent dat voor de zorg en voor internal audit?
“Dat is misschien wel het onderwerp waar ik het vaakst met mijn hoofd Interne Audit over spreek. Auditors moeten steeds vaker oordelen over datagedreven processen, soms zelfs over toepassingen van AI. Dat is ingewikkeld, want veel van die systemen hebben een hoog black-boxkarakter. Je moet toch kunnen zeggen of iets deugt, terwijl je niet altijd precies kunt uitleggen hoe het algoritme tot een uitkomst komt. Tegelijkertijd biedt technologie grote kansen. In de audit zelf zien we mooie toepassingen van ‘process mining’. Maar ook in onze bedrijfsvoering: van klantcontact via chatbots tot declaratieherkenning en prognoses. Wij sluiten contracten met zorgaanbieders ter waarde van miljarden euro’s. Als we beter kunnen voorspellen waar knelpunten ontstaan, kunnen we gerichter sturen.”
Hoe verhoudt dat zich tot privacy en wetgeving?
“Dat is een constante spanning. We zouden onze verzekerden veel beter kunnen bedienen als we alle beschikbare data mogen gebruiken, maar dat mag niet. Dus zoeken we naar manieren om binnen de regels toestemming te krijgen en verantwoord met data om te gaan. Dat is een nieuw en ingewikkeld pad.”
Fraude in de zorg is een terugkerend auditthema. Kan data-analyse daarbij helpen?
“In theorie wel, maar in de praktijk worden we dus beperkt door privacyregels. We mogen weinig data koppelen. Bij gecontracteerde zorg kunnen we auditen en monitoren, maar bij ongecontracteerde zorg is dat veel lastiger. Tegen de tijd dat misstanden zichtbaar worden, is een aanbieder soms al verdwenen. Het is goed dat hier in het huidige coalitieakkoord weer aandacht voor is.”
Tot slot: waar zie je concrete stappen voor de komende jaren?
“Een heel praktisch voorbeeld is het beter inzichtelijk maken van wachttijden. Als verzekeraars mensen kunnen wijzen op een ziekenhuis waar ze sneller geholpen kunnen worden, helpt dat iedereen. Maar dat kan alleen als de data betrouwbaar zijn. Daar hebben we onze interne auditors hard bij nodig. Als we dat samen met ziekenhuizen goed organiseren, kunnen we echt verschil maken.”
Over
Drs. Wouter Bos is bestuursvoorzitter van Coöperatie Menzis. Eerder werkte hij voor Shell en was hij onder andere minister van Financiën en bestuurder bij VU Medisch Centrum. Zijn loopbaan kenmerkt zich door het verbinden van publieke belangen en private verantwoordelijkheden.
Wilt u ook een reactie plaatsen?
Voor het plaatsen van een reactie vereisen wij dat u bent ingelogd. Heeft u nog geen account? Registreer u dan nu. Wilt u meer informatie over deze vereiste? Lees dan ons privacyreglement.