Van boer naar bankdirecteur

Van boer naar bankdirecteur

Auteur: Jessie Tacke MSc
8 min

De agrarische sector staat voor uitdagingen op het gebied van duurzaamheid en transparantie. Als directeur Food & Agri bij Rabobank speelt Alex Datema een cruciale rol in de transitie naar een duurzamere en transparantere sector. Een interview over de rol van Rabobank in de landbouwtransitie en de bijdrage van internal auditors aan duurzaamheidsambities.

Van boer naar bankdirecteur. Hoe is dat gegaan?

“Ik werk inmiddels precies twee jaar bij Rabobank, in de functie van directeur Food & Agri Nederland. Het lijkt inderdaad een opvallende stap, want van oorsprong ben ik veehouder. Inmiddels ben ik meer dan 35 jaar intensief actief geweest in de agrarische sector. Niet alleen als ondernemer, maar ook op andere plekken. Zo ben ik zeven jaar voorzitter geweest van de landelijke vereniging Boer en Natuur, waar ik me bezighield met de relatie tussen landbouw en natuurbeheer.”

Maar nu dus bij Rabobank

“Ik zeg vaak: ‘Dit is eigenlijk mijn eerste baan’, omdat ik altijd ondernemer ben geweest. Maar het bevalt goed. In mijn dagelijkse werk ben ik ongeveer 50% van mijn tijd bezig het verhaal en de visie van Rabobank uit te dragen over hoe wij naar Food & Agri kijken. Dat doe ik in gesprekken met boeren, coöperaties, supermarkten, ngo’s en de politiek. De andere helft van mijn tijd werk ik binnen de bank aan het beleid om te zorgen dat wat we naar buiten toe zeggen ook intern goed georganiseerd is.”

Het financieren zelf valt dus niet onder jouw verantwoordelijkheid?

“Het daadwerkelijke financieren valt niet onder mijn verantwoordelijkheid, dat ligt bij de businesskant van de organisatie. Maar het beleid waarop die financieringen gebaseerd zijn, dát is wel onder mij belegd. Dus ben ik direct verantwoordelijk voor de financiering van boeren? Nee, dat niet, maar heb ik er invloed op? Absoluut. Samen met mijn team geef ik de kaders en richtlijnen waarbinnen de business opereert. We stemmen veel met elkaar af, want je kunt van alles willen, maar het moet ook uitvoerbaar zijn. Formeel is die scheiding er dus wel, maar in de praktijk werken we daarin nauw samen.”

Wat drijft jou om deze rol te vervullen?

“Wat mij drijft in deze rol is geleidelijk ontstaan. In de loop van mijn leven als boer ben ik anders gaan kijken naar landbouw en het hele voedselsysteem. Op de landbouwschool leerden we hoe je zoveel mogelijk melk kunt produceren. Alles was gericht op optimalisatie en productie, waarbij je je omgeving vooral naar je hand probeerde te zetten. Gaandeweg ben ik dat anders gaan zien. Ik vroeg me af wat er kan in mijn omgeving. In plaats van mijn omgeving te willen veranderen, ging ik nadenken over hoe mijn bedrijf juist in die omgeving past. Wat is de waarde van die omgeving? Wat betekent dat voor de natuur en het landschap? Die vragen werden steeds belangrijker voor mij.”

“Ik wist niet precies waar ik in zou stappen, maar ik voelde dat ik deze kans moest pakken”

Was er een plek waar je deze visie kon ontwikkelen?

“Die ruimte vond ik bij BoerenNatuur, een vereniging voor agrarische collectieven. Daar hebben ze een duidelijke visie op landbouw en natuur ontwikkeld en zij dragen dat ook uit. Ik stond vaak op podia om die visie te delen. Als voorzitter van deze landelijke vereniging, met zo’n 12.000 aangesloten boeren, kon ik echt iets betekenen. Maar tegelijkertijd voelde het soms ook alsof je aan de zijlijn staat. Je hebt wel een boodschap, maar de ontvangers van deze boodschap kunnen er ook makkelijk aan voorbijgaan.”

En toen kwam Rabobank op je pad?

“Precies. Toen kwam de kans om datzelfde verhaal te vertellen, maar dan vanuit Rabobank, een grote systeemspeler in het food- en agridomein. Die kans kon ik niet laten liggen. Als je ambitie hebt en je gelooft dat er iets moet veranderen, dan moet je het ook durven aan te grijpen om vanuit zo’n positie invloed uit te oefenen. Dat was voor mij de reden om ‘ja’ te zeggen. Ik wist niet precies waar ik in zou stappen, maar ik voelde dat ik deze kans moest pakken.”

Je bent ook nog altijd boer met je eigen melkveehouderij. Hoe combineer je dat?

“Ons bedrijf is vrij gemiddeld met 120 koeien en 70 hectare gras. Ik run het bedrijf al vijftien jaar samen met een compagnon. Sinds ik bij Rabobank werk, doet hij het dagelijks werk en help ik alleen in het weekend. Ik voel me inhoudelijk wel voldoende betrokken, de grote beslissingen nemen we nog steeds samen.”

Wat mis je aan jouw tijd als (fulltime) boer?

“Het zijn de rustige ochtenden op het erf voordat de dag echt begint die ik af en toe echt mis.”

Hoe neem jij jouw ervaring als boer mee in jouw huidige rol?

“Tot nu toe ervaar ik mijn achtergrond als boer eigenlijk alleen maar als een voordeel. In gesprekken met boeren, maar ook met andere partijen helpt het enorm dat ik weet hoe het is om ondernemer te zijn in de sector. Ik begrijp hun perspectief en kan ook eigen ervaringen delen, omdat ik tegen veel dezelfde zaken ben aangelopen. Dat maakt de gesprekken opener en effectiever. Ook als ik met partijen praat die kritisch zijn op Rabobank, helpt het om te kunnen schakelen tussen mijn rol als bankdirecteur en mijn identiteit als boer. Ik kan beide kanten van het verhaal uitleggen.”

Wordt dat ook gewaardeerd?

“Binnen de Rabobank merk ik dat mijn andere achtergrond echt wordt gewaardeerd. Ik ben destijds ook bewust binnengehaald omdat men dingen anders wil gaan doen. En dan helpt het dat je niet ‘een van de velen’ bent, maar iemand die een ander perspectief meebrengt. Mensen komen nog steeds naar me toe met vragen als: ‘Jij komt van buiten, hoe kijk jij hier tegenaan?’”

Ales Datema, Rabobank: “Ik word geen klassieke bankier, maar blijf iemand die met twee voeten in de sector staat én hier bij Rabobank werkt”

Zie je dit veranderen?

“Dat effect blijft denk ik deels nog wel even. De vraag is natuurlijk hoelang dat duurt, maar voor nu werkt het goed. Ik doe ook mijn best om daaraan vast te houden, juist omdat ik geloof dat het bijdraagt aan de effectiviteit van mijn functie. Ik word geen klassieke bankier, maar blijf iemand die met twee voeten in de sector staat én hier bij Rabobank werkt.”

Zie je ook echt resultaat van je werk bij Rabobank?

“Er zijn verschillende manieren om daarnaar te kijken, afhankelijk van wie je het vraagt en vanuit welk perspectief je het bekijkt. Zelf denk ik dat het belangrijk is om resultaat of impact vanuit meerdere invalshoeken te bekijken. Als je bijvoorbeeld kijkt naar de politiek en veel ngo’s, dan hoor je vaak dat ze een duidelijke verandering bij Rabobank zien. Er is echt een ander geluid en een nieuwe visie ontstaan, vooral rondom onze rol in de voedsel- en agrarische sector. Dat is niet alleen mijn verdienste, de Rabobank was al op zoek naar een nieuwe koers. Ik ben daar op een bepaald moment bij betrokken geraakt als een soort boegbeeld. Het is dus echt een samenloop van omstandigheden dat die verandering juist in mijn tijd plaatsvond.”

En vanuit de sector?

“De sector merkt duidelijk dat Rabobank in beweging is, al roept dat soms gemengde gevoelens op. Grote partijen zien de noodzaak van verandering, maar vinden het spannend om daar nu al op in te spelen. Ook boeren hadden tijd nodig om te wennen aan onze nieuwe koers. De bank die eerst vooral partner was, stelde ineens ook kritische vragen.”

Zie je dat ook terug binnen de organisatie zelf?

“Binnen Rabobank bouwden we echt aan een nieuw verhaal. Ik heb daar zelf aan bijgedragen, vooral in hoe we onze visie communiceren. Die koersverandering wordt nu breder gedragen – ook door accountmanagers aan de keukentafel. Natuurlijk is niet iedereen meteen enthousiast, maar we hebben inmiddels een duidelijk verhaal én instrumenten om boeren te ondersteunen. Er is nog veel te doen, maar ik ben tevreden over de beweging die we als bank hebben ingezet.”

Waar ben je het meest trots op?

“Dat Rabobank de moed heeft gehad om voor een duidelijke koerswijziging te kiezen. We komen uit een systeem dat decennialang draaide om schaalvergroting en productie, maar we hebben bewust gekozen voor een ander pad. Toen bleek dat politiek en sector er niet in slaagden duidelijke keuzen te maken of kaders te stellen, hebben we zelf het voortouw genomen met een helder toekomstbeeld. Waarin willen we de komende tien tot vijftien jaar wel en niet in investeren? Want zonder helder toekomstbeeld, of dat nu vanuit de overheid komt of vanuit onszelf, kun je geen goede keuzen maken in welke bedrijfsontwikkelingen je wel of niet financiert.”

 Wat is het resultaat daarvan?

“Dat heeft geleid tot de Agrofood Visie 2040, een toekomstschets waarin we uitgaan van een landbouw- en voedselsysteem dat werkt binnen de grenzen van natuur en milieu. De visie erkent dat we de productiecapaciteit in Nederland moeten verlagen om klimaat- en milieudoelen te halen. Techniek en beter management alleen zijn daarvoor niet genoeg. Tegelijkertijd stellen we dat lagere productie alleen houdbaar is als het leidt tot een beter economisch perspectief voor de boer. Want nu verdienen juist de bedrijven die het minst doen aan duurzaamheid vaak het meest. Dat remt de noodzakelijke omslag. Daarom zetten we in op meer duurzaamheid en een eerlijker verdienmodel voor ondernemers die hierin vooroplopen. Die uitgangspunten zijn nu leidend in onze investeringskeuzen.”

“Duurzaamheid is een vast onderdeel van het financieringsgesprek. Dat is voor zowel boeren als onze accountmanagers nieuw”

Hoe komt die visie nu tot uiting?

“We zien landbouw niet alleen meer als voedselproductie, maar ook als onderdeel van gezondheid en leefomgeving. Duurzaamheid is nu structureel een onderdeel van ons financieringsbeleid. Bij elke aanvraag kijken we ook naar duurzaamheidsvraagstukken, zodat we ondernemers kunnen helpen toekomstbestendig te blijven.”

Welke uitdagingen brengt dat met zich mee voor boeren?

“Het grappige is dat veel boeren, als je het over duurzaamheid hebt, vaak meteen denken aan allerlei dingen die niet haalbaar zijn. Maar in de praktijk doet zo’n 80% al iets op dat gebied. We verwachten niet dat ze nu al aan alle doelen van 2040 voldoen, maar wel dat ze stappen zetten de komende vijf jaar. Duurzaamheid is een vast onderdeel van het financieringsgesprek. Dat is voor zowel boeren als onze accountmanagers nieuw. Daardoor is het soms spannend om dit onderwerp open te bespreken, maar meestal zitten we dichter bij elkaar dan gedacht.”

Waar lopen boeren dan écht tegenaan?

“De grootste uitdaging voor ondernemers is het maken van keuzen in een onzekere omgeving. Er is nog steeds veel onzekerheid over het toekomstbeleid van de overheid. Vooral rondom grote thema’s zoals stikstof, waterkwaliteit en klimaat. Boeren weten daardoor vaak niet precies wat er van hen verwacht wordt. Dat maakt het lastig om structurele, langetermijnkeuzen te maken in hun bedrijfsvoering. Als je als ondernemer belangrijke beslissingen moet nemen, wil je natuurlijk weten waar je aan toe bent qua regelgeving en beleid.”

Welke uitdaging schuilt hier voor Rabobank?

“De grootste uitdaging voor Rabobank is dat wij als bank met andermans geld werken, waarbij risicomanagement centraal staat. Banken zijn van nature niet ingericht om grote risico’s te nemen. Normaal gesproken beoordelen we financieringsaanvragen op basis van bestaande ervaringen en cijfers. Maar de transitie in de landbouw vraagt om nieuwe, risicovolle investeringen zonder veel ervaringscijfers. Dat maakt het lastig om groen licht te geven. Daarom moeten we onze financieringsmogelijkheden aanpassen, zodat we ruimte maken voor deze noodzakelijke, maar meer onzekere investeringen. Het blijft een uitdaging om de juiste balans te vinden tussen risico en verantwoordelijkheid. Om de visie na te leven moeten we buiten onze comfortzone handelen.”

Hoe kan internal audit van toegevoegde waarde zijn binnen de agrarische sector?

“Ik denk vooral dat internal audit kan helpen bij het bewaken van consistentie. Als wij ergens voor staan of iets willen bereiken, is het belangrijk dat dat op alle plekken waar het moet ook echt gebeurt. Daarnaast kan internal audit met een frisse, externe blik helpen om te zien of er misschien dingen blijven liggen. Vaak ben je trots op de successen, maar het is ook belangrijk om je te blijven afvragen: hoe zit het met de andere punten die nog aandacht nodig hebben? Een belangrijke uitdaging blijft het inzichtelijk maken wat we écht bereiken, vooral bij investeringen in duurzaamheid. Als internal audit daarbij kan ondersteunen, zou dat heel waardevol zijn.”

Wat wil je de lezer nog meegeven?

“Ik denk dat we ons allemaal ervan bewust moeten zijn dat we iets moeten doen aan duurzaamheid. Wat nu vaak gebeurt, is dat we elkaar de schuld geven en wachten tot de ander begint. Mijn uitdaging is dan ook: laten we erkennen dat we samen weten dat er iets moet gebeuren en dat we er allemaal een rol in hebben. Ga bij jezelf te rade: ik weet dat ik iets moet doen, welk stapje kan ik morgen zetten dat voor mijzelf haalbaar is. En waarmee ik misschien ook anderen inspireer om daarin mee te bewegen? Zowel op individueel niveau als op bedrijfsniveau is dit heel relevant.”

Over
Alex Datema is directeur Food & Agri Nederland bij Rabobank en al ruim 37 jaar melkveehouder. Daarnaast vervult hij verschillende rollen binnen de agrarische sector waaronder lid van de Agro Agenda Noord Nederland en lid van de wetenschappelijke raad voor Integrale Duurzame Landbouw en Voeding.

Een artikel aanleveren? Lees onze auteursinstructies.
0 likes

Reacties (0)

Wilt u ook een reactie plaatsen?

Voor het plaatsen van een reactie vereisen wij dat u bent ingelogd. Heeft u nog geen account? Registreer u dan nu. Wilt u meer informatie over deze vereiste? Lees dan ons privacyreglement.

Lees meer over dit onderwerp: