“Onze ambitie is een dopingvrije sport”

“Onze ambitie is een dopingvrije sport”

Auteur: Margot Hovestad RO - Raymond Wondergem MSc RO
Beeld: Dimon Blr - Gentrit Sylejmani - Yaron Richman
7 min

Herman Ram, voorzitter van de Dopingautoriteit, vertelt over de aanpak van doping in de sport en over de missie van de Dopingautoriteit: het realiseren van dopingvrije sport in Nederland.

Wat doet de Dopingautoriteit?

“In 1989 zijn we gestart als antidopingorganisatie die beleid ontwikkelde en adviseerde op het gebied van doping. We hielden ons vooral bezig met preventie. Dopingcontroles werden niet uitgevoerd, omdat er een diepgewortelde naïeve gedachte heerste dat er in Nederland geen doping werd gebruikt. Pas eind jaren negentig werd een tweede organisatie opgericht die de taak kreeg om dopingcontroles uit te voeren.”

Werkte dat?

“Het bleek dat twee organisaties naast elkaar dus niet werkte. Er vond een fusie plaats die leidde tot de stichting Anti-Dopingautoriteit Nederland. Dit waren private organisaties die allemaal in opdracht van het NOC*NSF en de overheid werkten. Vervolgens heeft begin 2019 de transitie plaatsgevonden naar een overheidsorganisatie, de Dopingautoriteit. Door het van kracht worden van de Wet uitvoering antidopingbeleid (Wuab, 1 januari 2019) kreeg de aanpak van doping in de Nederlandse sport een wettelijke basis.”

Herman Ram: “Onze geloofwaardigheid hangt van onze kwaliteit af. Het mag niet zo zijn dat een sporter onterecht bestraft wordt”

Wat betekent het dat de Dopingautoriteit een overheidsorganisatie is geworden?

“Ik had altijd twee opdrachtgevers en twee financiers, NOC*NSF en de minister van VWS. Ik heb nu maar één baas, de minister. En met de minister als opdrachtgever dreigt de sport een beetje uit beeld te verdwijnen. Om dat te compenseren is onder andere in de wet opgenomen dat de bestuurder van de Dopingautoriteit op voordracht van de sport wordt benoemd door de minister. De geldstroom vanuit de sport is gehandhaafd, NOC*NSF betaalt nog steeds mee. Tevens moeten we door het zijn van een overheidsorganisatie werkzaamheden uitvoeren die we voorheen niet deden, zoals het voldoen aan verzoeken op basis van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob).”

Wat moeten we verstaan onder doping?

“Dat ligt vast in de dopinglijst en is over de hele wereld hetzelfde. Over wat wel en niet doping is, is eigenlijk nooit discussie. Naast verboden stoffen zijn er ook verboden methoden en daar is vaker discussie over. Ook is er discussie over medische dispensaties. Veel dopingmiddelen zijn medicijnen en iedere sporter heeft het recht op de beste medische behandeling. Er zijn commissies die beoordelen of een sporter een bepaald medicijn mag gebruiken en dus dispensatie krijgt. Dit roept bij de buitenwereld veel vragen op, dat moeten we dus goed uitleggen aan deze buitenwereld.”

Hoe is de relatie van de Dopingautoriteit met de sport?

“Het is een interessante en complexe relatie, want we hebben de sport nodig om ons werk te doen. Dit reglement is volledig door ons geschreven en een-op-een gebaseerd op de Wereld-Anti-Doping Code. De sport stelt het dopingreglement vast. Daarnaast moeten de sportbonden zorgen voor de uitvoering van het reglement. Dat varieert van het zorgen voor een ruimte voor het uitvoeren van dopingcontroles bij een evenement, tot het faciliteren van de Dopingautoriteit in het geven van voorlichting. Maar in deze activiteiten zijn ze niet vrij, want we dwingen ze feitelijk om deze activiteiten uit te voeren.”

“Dopinggebruik is niet strafbaar in Nederland, in tegenstelling tot in sommige andere landen”

“Daarnaast is het de sport die sancties oplegt. De Dopingautoriteit heeft geen eigen handhavingsapparaat. Constateren we bijvoorbeeld dat een bond naar onze mening onvoldoende doet op het gebied van antidoping, dan gaan we in gesprek. Als dat niet werkt, dreigen we met het ergste en het enige wat we kunnen doen: ons werk stoppen. Dit kan ertoe leiden dat een bond geïsoleerd wordt in de internationale sportwereld, doordat de sporters niet mee mogen doen met wedstrijden.”

Sancties worden dus niet opgelegd door wet- en regelgeving?

“Klopt, dat doen de sportbonden. In de Nederlandse wet is vastgelegd dat er wettelijke taken zijn met betrekking tot het antidopingbeleid en daar zijn wettelijke bevoegdheden aan gekoppeld. Die bevoegdheden liggen bij de Dopingautoriteit, maar voor de uitvoering van de wettelijke taken is de Dopingautoriteit afhankelijk van de sportbonden. Daarnaast heeft Nederland zich ook gecommitteerd aan de Wereld Anti-Doping Code. Dit betekent dat we zowel te maken hebben met de wet als met de code. Die code is mijn dagelijkse werkelijkheid en de wet is een fundament onder wat de Dopingautoriteit doet.”

“Wat ook belangrijk is om te weten in relatie tot wet- en regelgeving, is dat dopinggebruik niet strafbaar is in Nederland, in tegenstelling tot in sommige andere landen. In Nederland is handel en productie wel strafbaar.”

De missie van de Dopingautoriteit is een dopingvrije sport. Hoe?

“We hebben drie wettelijke taken: controle, voorlichting en informatie verzamelen en onderzoeken. Door het geven van voorlichting en het beïnvloeden van gedrag willen we voorkomen dat sporters doping gaan gebruiken. Dit is onvoldoende om de sport echt dopingvrij te maken, dus worden dopingcontroles uitgevoerd. Hier gaat het meeste geld en de tijd in zitten. Bovendien verzamelen en onderzoeken we informatie die binnenkomt via een meldlijn, en ontvangen we informatie van buitenlandse collega’s. Het verzamelen en onderzoeken van informatie ondersteunt het proces van controles uitvoeren. We gebruiken dit om gerichter te controleren.”

Hoe worden de uit te voeren dopingcontroles bepaald?

“We voeren ongeveer 2500 controles per jaar uit, dit is onze opdracht op basis van het beschikbare budget. Naast dit nationale programma voeren we controles in opdracht uit. De 2500 controles worden op basis van een verdeelmodel met veel variabelen uitgezet. Een variabele is bijvoorbeeld de dopinggevoeligheid van de sport, maar ook de rol die Nederland in die sport speelt in de internationale sportwereld.”

“Vervolgens worden de controles verdeeld over de sporters. Het uitvoeren van controles doen we gaandeweg en is in grote mate afhankelijk van de status van een sporter en of een sporter al eens is betrapt. We willen graag dat een sporter eerst voorlichting heeft gehad voordat we gaan controleren. Dat gaat helaas niet altijd. Hier spelen de sportbonden een belangrijke rol. Het kan dus zo zijn dat een sporter overvallen wordt door het feit dat hij een dopingovertreding heeft begaan, omdat hij onwetend is.”

Weten sporters niet welke stoffen op de lijst staan?

“Het gaat vooral om drie situaties. De eerste situatie is het gebruik van social drugs die meestal buiten de sport context wordt gebruikt. De tweede is slordig medicijngebruik. Als geen dispensatie is aangevraagd voor een medicijn is dat in eerste instantie een overtreding. Dit kan in een aantal gevallen achteraf worden opgelost door met terugwerkende kracht dispensatie aan te vragen. Als laatste is vervuiling van bijvoorbeeld vlees of voedingssupplementen een probleem.”

“Dopingcontroles leiden vaak tot het vaststellen van een zeer lage concentratie van een verboden middel. Die zijn lang niet altijd het gevolg van het bewust gebruiken van de stof, maar het gevolg van sporen van doping in gebruikte voedingssupplementen en voeding. We hebben een kwaliteitssysteem, als een sporter daar supplementen uit neemt, dan heb je de hoogst mogelijke zekerheid dat ze schoon zijn. In alle situaties is het zo dat de sporter verantwoordelijk blijft.”

Hoe gaat een controle in zijn werk?

“De controleur komt bij de sporter en neemt urine af die vervolgens voor onderzoek naar het laboratorium gaat. Belangrijk in dit proces is de ‘chain of custody’. Het ononderbroken maken van alle stappen in het proces. Dit betekent dat altijd een paraaf gezet wordt als iets wordt overgedragen. En de verzegelingen zijn dubbel. Dit geeft een hoge mate van zekerheid. Daarnaast is de opleiding en de selectie van onze eigen controleurs belangrijk. Een goede controleur is sociaal vaardig en moet stap voor stap een lineair proces kunnen afwerken. Een verbetering waar we nu mee bezig zijn is het proces digitaal maken, zodat er geen papieren formulieren meer nodig zijn. Hierdoor krijg je ook meer zekerheid. Het systeem stelt onder andere het exacte tijdstip van de controle vast.”

“We hebben drie wettelijke taken: controle, voorlichting en informatie verzamelen en onderzoeken. Door het geven van voorlichting en het beïnvloeden van gedrag willen we voorkomen dat sporters doping gebruiken”

Hoe houden jullie zicht op de tuchtrechtelijke afhandeling?

“We zijn van a tot z betrokken bij het proces. Een deel van dit proces doen we in eigen huis, maar zodra een case naar de sportbond gaat worden we van hen afhankelijk. Dit was altijd een kwetsbaar proces. Vroeger werden de sancties opgelegd door de tuchtcommissie van een sportbond, en bleek dat de helft van de uitspraken niet conform regelgeving was. Toen is door de NOC*NSF een auditcommissie ingesteld die de uitspraken toetsten, maar dat leidde niet tot verbetering.”

“Vervolgens hebben we onze positie op dit punt versterkt. We hebben een artikel geschreven over het gebrek aan kwaliteit van het tuchtrecht en dat kwam hard aan bij de tuchtcommissies. Dat heeft ertoe geleid dat de meerderheid van de sportbonden het tuchtrecht heeft uitbesteed aan het Instituut Sportrechtspraak. We houden ook toezicht doordat we het recht hebben om het volledige dossier in te zien, we brengen een schriftelijk advies uit met betrekking tot het oordeel, we hebben beroepsrecht en we zijn aanwezig bij alle hoorzittingen.”

Hoe wordt de strafmaat bepaald?

“Deze ligt vast in de Wereld Anti-Doping Code. De standaard straf voor een opzettelijke dopingovertreding is vier jaar, en twee jaar bij een niet opzettelijke. Bij bepaalde stoffen is het namelijk zo dat een sporter moet bewijzen dat het een niet-opzettelijke overtreding is. Bij andere stoffen is het uitgangspunt niet-opzettelijk tenzij de sportbond of wij kunnen bewijzen dat het wel opzettelijk is. Wordt een sporter vaker betrapt dan verdubbelt de straf of volgt levenslange schorsing.”

Hoe lang wordt de onderzochte urine bewaard?

“De verjaringstermijn is tien jaar. We kunnen een sporter dus tot tien jaar na de afname van urine of bloed nog vervolgen. De sporter doet bij afname afstand van urine of bloed en dan worden wij de eigenaar. Hierdoor kunnen wij bepalen hoe lang urine of bloed bewaard wordt. Alle stalen worden minimaal drie maanden bewaard. Aangezien de kosten van het bewaren hoog zijn, maken we een selectie van urine- of bloedmonsters die we langer willen bewaren.”

Waarom wordt urine of bloed langer bewaard?

“Ongeveer elke vijf jaar vernieuwt het dopinglab de apparatuur. De nauwkeurigheid van de apparatuur is dan beter. Dus wachten is het meest effectief om sporen van doping vast te kunnen stellen. Als er aanleiding is aan de hand van informatie die we hebben ontvangen, vindt her-analyse plaats.”

Wordt de Dopingautoriteit ook gecontroleerd?

“Net zoals wij de sport controleren worden we zelf ook in hoge mate gecontroleerd door de Wereld Anti-Dopingorganisatie. We moeten 100% compliant zijn aan de Wereld Anti-Doping Code. Hiervoor worden we minutieus bevraagd en moeten zeer uitgebreide vragenlijsten worden ingevuld. Onze geloofwaardigheid hangt van onze kwaliteit af. Het mag niet zo zijn dat door fouten in onze procedures een sporter onterecht bestraft wordt. Gelukkig is dat nog nooit gebeurd.”

Wat zijn de ambities van de Dopingautoriteit?

“Een dopingvrije sport, al denk ik niet dat dit ooit gaat gebeuren. We streven naar het terugdringen van het aantal overtredingen. En tegelijkertijd dat we meer overtredingen vaststellen. Dit betekent dat het feitelijk gebruik omlaag moet, maar dat de detectie omhoog moet. Daarnaast willen we de samenwerking met opsporings- en handhavingsinstanties verbeteren door meer informatie uit te wisselen. We proberen nu te komen tot samenwerkingsprotocollen, maar dat is lastig.” <<

Over
Herman Ram studeerde Nederlands recht. Vanaf mei 2006 werkt hij bij de Dopingautoriteit en zijn rechtsvoorgangers. Daarvoor werkte hij bij verschillende sportbonden.

Een artikel aanleveren? Lees onze aanleverinstructies.
0 likes

Reacties (0)

Wilt u ook een reactie plaatsen?

Voor het plaatsen van een reactie vereisen wij dat u bent ingelogd. Heeft u nog geen account? Registreer u dan nu. Wilt u meer informatie over deze vereiste? Lees dan ons privacyreglement.

Lees meer over dit onderwerp:

De rijksbegroting: wie bewaakt eigenlijk de schatkist?

Een land besturen kost veel geld. Iedereen wil immers de beste zorg, goede wegen en een lage pensioenleeftijd. In Nederland is het de taak van de minister van Financiën om, zoals hij zelf zegt, ‘op het geld te passen’. Hoe werkt het huishoudboekje van ons land? Elke derde dinsdag van september wordt de Miljoenennota […]

Lees meer

1 jaar, 63 fte, 400.000 ongebruikelijke transacties

Audit Magazine sprak met Sonja Corstanje-Maaskant van de Financial Intelligence Unit (FIU) over het voorkomen van witwassen en terrorismefinanciering en de rol van de FIU. Wat is de FIU precies? “De Financial Intelligence Unit-Nederland (FIU-Nederland) is op basis van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) het enige en centrale meldpunt […]

Lees meer