De dood in huis?

De dood in huis?

Auteur: Dr. Michael M. Tophoff
Beeld: NFP Photography
3 min

De oncologisch chirurg Schelto Kruijff signaleert in de NRC een interessante paradox: voor onze gezondheid gaan we naar het ziekenhuis, dat op zijn beurt sterk vervuilend is. Het produceert immers kilotonnen afval, met een CO₂-uitstoot die groter is dan die van de luchtvaartsector.

Ondertussen heeft gezondheid een hogere koerswaarde dan ooit. En we zijn bereid daar, jaar na jaar, een steeds hogere prijs voor te betalen. Nagenoeg alles is maakbaar, en wat maakbaar is moet worden uitgevoerd. Medisch personeel is daar gemakkelijk voor te vinden, zo niet hier, dan wel in het buitenland. Het woord dood komt in het gezondheidswoordenboek niet voor. De dood in het ziekenhuis is geen vriend maar een onverhoopt bijproduct. Zij wordt weggemoffeld achter een afwasbaar gordijn, in een klein kamertje. De dode zelf wordt stilletjes en onzichtbaar afgevoerd. De rouwadvertentie vermeldt dat ‘de ongelijke strijd is verloren’. De dode als loser.

Toch worden we dagelijks, of we willen of niet, met de dood geconfronteerd: dode kinderen, burgers en soldaten op tv als resultaat van alle oorlogen die ons omringen. Maar dat is ver van ons bed. Dat is de dood van de anderen, dagelijkse kost inmiddels, waar ons brein niet of nauwelijks nog op reageert. Vreemd is dat niet. Aan die beelden zijn we gewend. Ze raken ons slechts zijdelings. Van heel nabij echter en heel tastbaar hebben velen de dood nooit meegemaakt. Het sterven, zeker de eigen dood, is uit het zicht geraakt. We hebben er geen verhaal meer bij.

Tot halverwege de vorige eeuw waren er verhalen te over. De godsdiensten van islam tot christendom schonken ons narratieven over dood, opstanding en paradijs. Die verhalen hoorden we in de kerk, in de moskee, op school, thuis. Het lijk lag in de kamer, zichtbaar, voelbaar: ‘net alsof zij slaapt’. Deze verhalen leidden – troostrijk –  naar een paradijselijke toekomst. Daar kon je naar uitzien, daar was je verlost van het lijden. Ja, daar werd je verenigd met al je lieve naasten die je waren voorgegaan. De dood werd de poort naar het eeuwig geluk.

Maar deze religieuze narratieven, die duizenden jaren hun geldigheid hadden, en die werden doorgegeven van generatie naar generatie, zijn in relatief korte tijd sleets geworden, evenals de kerken zelf. Bij steeds meer jongeren zijn ze onbekend. Is dat erg? In deze tijd wordt het ‘hiernumaals’ geprezen.  Voor een paar honderd euro worden vakantieparadijzen aangeboden, compleet met palmenstrand en bubbelbad. Het paradijs ligt, letterlijk, voor het grijpen. Dus waarom wachten op een paradijs dat je pas mag betreden na je dood? Waarom wachten op een hiernamaals dat niet bestaat?

Maar het sterven is een realiteit voor elk levend wezen. De dood kan plotseling komen. Onverwacht. Soms nadert hij langzaam. Soms wordt de dood een optie, wij hebben daar de middelen voor. Hoe moeten we daarmee omgaan nu de oude verhalen zijn uitverteld? Misschien moeten we leren om in andere, in menselijke termen over de dood te praten. Leren om de dood onder ogen te zien als wat hij is, namelijk een organische transformatie van materie. Doodnormaal is niet voor niets een oude Nederlandse uitdrukking. We keren terug naar de natuur waaruit we voortkomen en waarvan wij een onderdeel zijn en blijven. In die zin zijn we onsterfelijk.

Met elkaar praten over de dood is waardevol. Samen spreken met de stervende, en dan zeker thuis en niet achter een plastic gordijn van het ziekenhuis, en voelen wat verbinding betekent.

Over
Dr. Michael M. Tophoff is klinisch psycholoog en theoloog. Hij is research fellow aan de VU en docent aan de UvA-Business School (EMIA&EPDA).

Een artikel aanleveren? Lees onze auteursinstructies.
0 likes

Reacties (0)

Wilt u ook een reactie plaatsen?

Voor het plaatsen van een reactie vereisen wij dat u bent ingelogd. Heeft u nog geen account? Registreer u dan nu. Wilt u meer informatie over deze vereiste? Lees dan ons privacyreglement.

Lees meer over dit onderwerp:

Jouw schuld

Of het nu een ruzie betreft met je partner (microniveau) of een oorlog tussen partijen of naties (macroniveau), de schuldvraag komt altijd aan de orde. Deze wordt veelal niet geformuleerd als vraag maar als schuldtoewijzing: ‘Het is jouw schuld’. De schuld ligt niet bij zichzelf, de schuld wordt bij de ander gelegd. Schuldtoewijzing gaat doorgaans […]

Lees meer