
De ecologie van integriteit
Integriteitsschendingen zijn zelden te herleiden naar één oorzaak of persoon. Meestal is sprake van een samenspel van factoren en actoren op verschillende niveaus. Dit artikel introduceert een denkkader dat vier perspectieven op integriteit onderscheidt – individu, organisatie, omgeving en instituties – en laat zien hoe zij afzonderlijk en gezamenlijk van invloed zijn op integriteit in de praktijk.
Fraude, corruptie, diefstal, belangenverstrengeling, het lekken van vertrouwelijke informatie, machtsmisbruik, intimidatie, discriminatie: geen enkele organisatie is er immuun voor. Elke organisatie krijgt op enig moment te maken met niet-integer gedrag. Zodra een dergelijk ‘incident’ aan het licht komt, wordt er een onderzoek ingesteld om de schuldige op te sporen en de rotte appel uit de organisatie te verwijderen. Deze persoons- en incidentgerichte (rotte-appel)benadering is aantrekkelijk omdat zij een eenvoudige verklaring biedt voor het incident, duidelijk maakt dat normoverschrijding niet wordt getolereerd en de indruk wekt van daadkrachtig optreden. Tegelijkertijd suggereert zij dat het probleem is opgelost en de organisatie weer in control is – wat voor bestuurders, medewerkers en buitenstaanders geruststellend kan zijn.
De illusie van controle
Of het probleem daarmee daadwerkelijk is opgelost, is echter maar de vraag. Doorgaans is diepgaander onderzoek nodig naar de onderliggende oorzaken die hebben bijgedragen aan het niet-integere gedrag. Toch is het niet vanzelfsprekend dat organisaties voor dit soort onderzoek kiezen, omdat het kostbaar en tijdrovend is, onrust met zich meebrengt én tot de oncomfortabele conclusie kan leiden dat niet één persoon, maar meerdere factoren en actoren aan het probleem hebben bijgedragen. Het wordt pijnlijk als daaruit naar voren komt dat bestuurders hun verantwoordelijkheid niet hebben genomen, het ethisch leiderschap onder de maat is en de organisatiecultuur als onveilig, of zelfs toxisch wordt gekwalificeerd?
Het systeem achter de misstand
De populariteit van de persoons- en incidentgerichte benadering heeft ook een historische verklaring. De ontwikkeling van het integriteitsdenken laat zich deels lezen als een geleidelijke verschuiving van persoonsgerichte, naar organisatorische en meer contextuele en systeemgerichte probleemanalyses en beleidsmodellen (Loyens & Hoekstra, 2024).
Veel klassieke integriteitsinstrumenten richten zich primair op individuen, zoals screening, de eed/belofte, geheimhoudingsverklaringen, geschenkenregelingen en disciplinaire maatregelen. Daardoor ligt de aandacht van nature sneller bij de medewerker dan bij de bredere context waarin deze functioneert. Pas sinds recentere jaren is meer aandacht ontstaan voor thema’s als organisatiecultuur, ethisch leiderschap en integriteitssystemen. Daarmee is ook het besef gegroeid dat integriteit niet uitsluitend wordt bepaald door individuele keuzen, maar mede wordt gevormd door de omstandigheden waaronder die keuzen tot stand komen.
Zelfs goedwillende en integere medewerkers zullen uiteindelijk bezwijken onder een slecht functionerend systeem
Niet de appel maar het vat
Ondanks de aantrekkelijke kanten van de rotte-appelbenadering, is er de nodige kritiek op: “Het verwijderen van rotte appels lost doorgaans het probleem van onethisch gedrag in een organisatie niet op. De organisatie moet zichzelf kritisch onderzoeken om te bepalen of er binnenin iets zit dat de appels bederft” (Treviño & Nelson, 2007). Ofwel, we dienen de organisatie kritisch tegen het licht te houden om uit te kunnen sluiten dat bijvoorbeeld de cultuur, controlesystemen, werkprocessen, perverse prikkels, of het leiderschap aanzetten tot niet-integer gedrag. Daarmee verschuift de focus van de persoon naar de organisatieomstandigheden waaronder gedrag ontstaat. Deming (1993) formuleert het enigszins vergelijkbaar, maar beduidend cynischer: “Een slecht systeem wint het altijd van een goed persoon.” Hij geeft daarmee aan dat organisatiesystemen doorslaggevend zijn: zelfs goedwillende en integere medewerkers zullen uiteindelijk bezwijken onder een slecht functionerend systeem.
Van individu naar context
Voortbouwend op deze en andere inzichten zijn vier perspectieven op integriteit uitgewerkt in een denkkader dat stapsgewijs uitzoomt van individu naar context. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar de persoon (perspectief ‘apple’), maar ook naar de organisatie waarin deze werkt (perspectief ‘barrel’), de lokale relaties en netwerken (perspectief ‘orchard’) en de bredere institutionele en maatschappelijke context (perspectief ‘landscape’) waarin die organisatie opereert. Deze vier perspectieven zijn analytisch te onderscheiden, maar blijken in de praktijk nauw met elkaar te zijn verweven. Wat op het eerste gezicht een probleem van een individuele medewerker lijkt, kan mede samenhangen met de organisatie waarin deze werkt, de omgeving waarin die organisatie opereert of bredere maatschappelijke ontwikkelingen.
In dit artikel worden eerst de vier perspectieven beschreven en uitgewerkt in een denkkader. Daarna wordt aan de hand van een casus ingegaan op de samenhang en wisselwerking tussen de verschillende perspectieven. Ter afsluiting worden er drie inzichten besproken die bestuurders, auditors, compliance- en integriteitsprofessionals kunnen helpen bij het analyseren van integriteitsvraagstukken en het vormgeven van beter werkend integriteitsbeleid.
De vier perspectieven
- Apple: persoonlijk perspectief – Dit perspectief richt zich op het individu. Uitgangspunt is dat gedrag mede wordt bepaald door persoonlijke kenmerken als waarden, normen, karaktereigenschappen, opvoeding, morele ontwikkeling, integriteitsbewustzijn en professionele competenties. Vanuit dit perspectief ligt de aandacht bijvoorbeeld bij selectie, screening, training, en persoonlijke verantwoordelijkheid. De centrale vraag luidt: waarom handelt deze persoon op deze manier?
- Barrel: organisatieperspectief – Dit perspectief verschuift de aandacht naar de organisatie waarin mensen werken. Gedrag wordt hier niet uitsluitend gezien als een gevolg van individuele keuzen, maar ook als een reactie op de cultuur, structuur, regels, prikkels en het leiderschap binnen de organisatie. Organisaties kunnen gedrag stimuleren, ontmoedigen of in bepaalde richtingen sturen. De centrale vraag is dan: welke invloed heeft de organisatie op het gedrag van haar medewerkers?
- Orchard: omgevingsperspectief – Dit perspectief richt zich op de directe omgeving waarin organisaties opereren. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om relaties met burgers, bedrijven, leveranciers, ketenpartners en andere organisaties. Ook lokale netwerken, samenwerkingsverbanden, afhankelijkheidsrelaties en sociale dynamieken kunnen van invloed zijn op organisaties en hun medewerkers. Vanuit dit perspectief is de centrale vraag: hoe beïnvloeden externe relaties en de directe omgeving het functioneren van organisaties en het gedrag van individuen?
- Landscape: institutioneel perspectief – Dit perspectief kijkt naar het bredere institutionele en maatschappelijke landschap. Daarbij gaat het onder meer om wet- en regelgeving, toezichts- en verantwoordingsmechanismen, beroepsnormen, democratische instituties, maatschappelijke ontwikkelingen en economische omstandigheden. Deze factoren beïnvloeden de randvoorwaarden waarbinnen organisaties opereren en bepalen mede welke normen, verwachtingen en prikkels gelden. De centrale vraag luidt: hoe beïnvloeden institutionele en maatschappelijke condities het functioneren van organisaties, netwerken en individuen?
Aanzetten tot denken
De casus hierna brengt de verschillende perspectieven in kaart en geeft per niveau voorbeelden van kwetsbaarheid verhogende risico’s en weerbaarheidsverhogende maatregelen en voorzieningen. Het kader zet aan tot denken en dat helpt om integriteitsvraagstukken breder – vanuit verschillende perspectieven – te analyseren. Daarmee draagt het bij aan een betere probleemanalyse, op basis waarvan beter werkend (effectiever) integriteitsbeleid kan worden geformuleerd.
Casus – Als relaties de regels verslaan
Een middelgrote gemeente werkt aan een belangrijk project gericht op de realisatie van een groot aantal nieuwbouwwoningen. Een ervaren vergunningverlener onderhoudt frequent contact met de projectontwikkelaar, die overigens ook nog andere projecten voor de gemeente realiseert. Door het frequente contact ontstaat een goede persoonlijke relatie: de vergunningverlener en projectontwikkelaar delen dezelfde hobby, ontmoeten elkaar ook buiten werktijd en hun gezinnen hebben geregeld contact. Wanneer een vergunningaanvraag vertraging dreigt op te lopen, besluit de vergunningverlener het dossier met voorrang te behandelen, enkele controles minder strikt uit te voeren en de aanvraag – ondanks belangrijke tekortkomingen – positief te beoordelen. Tijdens een later onderzoek blijkt bovendien dat de projectontwikkelaar banden onderhoudt met personen uit de georganiseerde criminaliteit.
Netwerk, druk en blinde vlekken
Uit het onderzoek komt naar voren dat verschillende factoren hebben bijgedragen aan het ontstaan van deze kwetsbaarheid. Op individueel niveau vervaagden professionele grenzen en speelde loyaliteit aan een persoonlijke relatie een rol. Op organisatieniveau ontbraken voldoende tegenwichten, zoals collegiale toetsing, functieroulatie, actieve leidinggevende aandacht en alertheid op integriteitsrisico’s. Ook de omgeving was van invloed. De gemeente stond onder druk om snel woningen te realiseren, werkte intensief samen met marktpartijen en opereerde in een relatief klein lokaal netwerk waarin bestuurders, ambtenaren en ondernemers elkaar regelmatig ontmoeten. Tegelijkertijd bleek de informatieuitwisseling met politie en andere partners beperkt, waardoor signalen over mogelijke criminele betrokkenheid onvoldoende zichtbaar waren. Op landelijk niveau werkten bredere ontwikkelingen door, zoals de nationale woningbouwopgave, en signalen dat de aanpak van ondermijning meer aandacht verdient en op het lokale niveau nodig versterkt dient te worden.
De casus laat zien dat integriteit wordt beïnvloed door een samenspel van factoren én actoren op verschillende niveaus. Die invloed kan zowel positief als negatief zijn. Factoren kunnen integriteit bevorderen of aantasten, risico’s vergroten of juist verkleinen. Bovendien staan deze factoren niet los van elkaar: situaties of ontwikkelingen op het ene niveau kunnen doorwerken op andere niveaus en daar risico’s versterken, verzwakken of compenseren (zie tabel 1).

Integriteit in samenhang
Figuur 1 brengt tot uitdrukking dat integriteit het resultaat is van een samenspel tussen individu, organisatie, omgeving en instituties. Vanuit elk van deze perspectieven kunnen zowel risico’s als manieren om integriteit te versterken worden geïdentificeerd. Bestuurders, leidinggevenden, auditors, compliance- en integriteitsprofessionals beschikken in feite over vier knoppen waaraan zij kunnen draaien: het versterken van individuele bewustwording en weerbaarheid, het verbeteren van cultuur, structuren en processen binnen organisaties, het benutten van samenwerking en steun vanuit de omgeving, en het bevorderen van institutionele randvoorwaarden zoals wetgeving, toezicht en professionele standaarden.

Sterke factoren binnen het ene perspectief kunnen bovendien tekortkomingen binnen een ander perspectief – tot op zekere hoogte – compenseren. Een sterke organisatiecultuur kan bijvoorbeeld de risico’s van individuele kwetsbaarheden beperken, terwijl extern toezicht en publieke verantwoording tekortkomingen binnen organisaties gedeeltelijk kunnen corrigeren. Figuur 1 benadert integriteit als het resultaat van de combinatie van en de onderlinge samenhang tussen perspectieven. Juist in die samenhang ligt de grootste kans om integriteit duurzaam te bevorderen.
Inzichten voor integriteitsbeleid en -management
Het denkkader biedt relevante inzichten voor bestuurders, auditors, compliance-/integriteitsprofessionals en beleidsmakers. Drie daarvan worden uitgelicht.
Uitzoomen: van smal naar breed
De neiging bestaat om integriteitsincidenten te reduceren tot individuele fouten of eenmalige gebeurtenissen. Uit onderzoek en praktijk blijkt echter dat incidenten zich zelden laten herleiden tot één enkele oorzaak of één afzonderlijk niveau. Wat op het eerste gezicht een probleem van een individuele medewerker lijkt, kan mede samenhangen met organisatorische, omgevings- of institutionele factoren. Daarom is het van belang om integriteitsvraagstukken vanuit een brede blik te benaderen en systematisch aandacht te besteden aan factoren op verschillende niveaus. Het kader draagt bij aan een completere en betere probleemanalyse en biedt aanknopingspunten voor preventie en versterking van integriteit. Een brede blik vormt de basis voor effectiever integriteitsbeleid.
Duurzame integriteit ontstaat niet door één krachtige interventie, maar door de combinatie van complementaire maatregelen en actoren
Verbinden: van fragmentatie naar samenhang
Het ecologische kader laat zien dat integriteit niet afhankelijk is van één enkele maatregel, actor of niveau. Individuele weerbaarheid, organisatiecultuur, samenwerking in de omgeving en institutionele waarborgen vervullen elk een eigen functie en kunnen elkaar versterken. In sommige gevallen kunnen sterke factoren op het ene niveau tekortkomingen op een ander niveau gedeeltelijk compenseren, maar die compenserende werking kent grenzen. Uiteindelijk ontstaat duurzame integriteit niet door één krachtige interventie, maar door de combinatie van complementaire maatregelen en actoren. Samenhang ontstaat echter niet vanzelf. Zij vraagt om afstemming, coördinatie en regievoering. Effectief integriteitsbeleid bestaat daarom niet uit een verzameling losse maatregelen, maar uit een samenhangend geheel van maatregelen, actoren, processen en structuren die gezamenlijk bijdragen aan het versterken van integriteit.
Toesnijden: van confectie naar maatwerk
Organisaties baseren hun integriteitsbeleid overwegend op algemene normen, standaard protocollen, handreikingen en modelregelingen. Hoewel dergelijke instrumenten waardevol zijn, bestaat het risico dat integriteitsbeleid verwordt tot confectiewerk: de invoering van generieke standaardmaatregelen die onvoldoende aansluiten bij de specifieke organisatiekenmerken, -risico’s en lokale omstandigheden. Vanuit het ecologische integriteitskader ligt het voor de hand om deze standaardmaatregelen aan te vullen met maatregelen die aansluiten bij de specifieke organisatiekenmerken en behoeften. Dit betekent tevens dat integriteitsbeleid niet statisch maar dynamisch dient te zijn. Organisaties opereren in een omgeving die voortdurend verandert. Nieuwe maatschappelijke ontwikkelingen, technologische innovaties, bestuurlijke prioriteiten en veranderende risico’s kunnen aanleiding geven om bestaande maatregelen te herzien of nieuwe accenten te leggen. Effectief integriteitsbeleid vraagt daarom om maatwerk, en om voortdurende monitoring, leren en aanpassing zodat het integriteitsbeleid optimaal blijft aansluiten op de specifieke organisatiebehoeften.
Over
Dr. Alain Hoekstra is onderzoeker, adviseur en auteur, gespecialiseerd in integriteitsmanagement en sociale veiligheid.
Reacties (0)
Lees meer over dit onderwerp:
Vertrouwen verkopen? Dan eerst zelf vertrouwd worden!
Op 25 september 2014 presenteerde de Werkgroep Toekomst Accountantsberoep haar rapport met de titel In het publiek belang. Het rapport bevat een fors aantal maatregelen. Doel: vertrouwen herwinnen.
Lees meerKlokkenluiders verdienen actieve bescherming
Klokkenluiders betalen vaak een hoge prijs voor het melden van misstanden. Het Adviespunt Klokkenluiders staat klokkenluiders bij met advies en ondersteuning. Een interview met Merijn Goeman, senior adviseur.
Lees meer
Wilt u ook een reactie plaatsen?
Voor het plaatsen van een reactie vereisen wij dat u bent ingelogd. Heeft u nog geen account? Registreer u dan nu. Wilt u meer informatie over deze vereiste? Lees dan ons privacyreglement.